Ammoniakberekening instabiel

Opnieuw is er sprake van een ammoniakgat. Er zit verschil tussen de werkelijke metingen en de uitkomsten van het rekenmodel waarop het beleid is gebaseerd. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) wijst op een mogelijke onderschatting van de emissies uit varkens- en pluimveestallen en bij mesttoediening, zo schrijft de commissie in haar quick scan die gisteren openbaar werd gemaakt. Staatssecretaris Dijksma liet de CDM onderzoek doen naar de oorzaken van het geconstateerde ‘gat’.

De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Relatief kort geleden, in 2008 werd het ammoniakgat ook al gedicht. Al was er toen sprake van de omgekeerde situatie (zie grafiek). Liggen de meetwaarden tegenwoordig zo’n 10 procent lager dan de berekende waarden, toen lagen de meetwaarden 26 procent hoger. Ook toen zou sprake zijn van een onderschatting van de emissies. Daardoor kon de lijn in de grafiek rekenkundig zo’n 30 procent omhoog worden geschoven zodat die weer op het niveau kwam van de gemeten waarden (zie Alterrarapport 1698, pag 31).

ammoniakgatgrafiek

 

Effect emissiemaatregelen

Belangrijke vraag is of de emissiebeperkende maatregelen voldoende effect hebben. Volgens het Rekenmodel heeft het emissiearm bemesten een zeer groot effect gehad. Maar als je kijkt naar de werkelijke metingen, dan blijkt dat daar niet uit. Op acht locaties in Nederland, met een landelijke ligging, wordt sinds de jaren ’90 de ammoniakconcentratie in de lucht jaarrond gemeten. Op geen van de afzonderlijke locaties werden wezenlijke effecten gemeten.
Voor het bepalen van het effect van emissiearm bemesten zal gekeken moeten worden naar de metingen over de periode 1990 – 2000, zodat het effect vóór en na invoer van de maatregel kan worden beoordeeld. Een analyse over deze periode zal in 2015 worden opgeleverd door de CDM.

Delen via:
Meer over: Algemeen

Reacties zijn gesloten.