Onder de Streep is een bedrijfseconomische analyse van 72 natuur-inclusieve melkveebedrijven in Nederland waarin de bedrijven naar intensiviteit worden gecategoriseerd. De publicatie is tot stand gekomen met medewerking van onder meer adviseurs, accountants, boerennatuurorganisaties en andere netwerken die zich richten bodem, natuur en landbouw.
55 van de 72 bedrijven komen uit Gelderland, Friesland, Utrecht en Brabant. Geen van de bedrijven komt uit Zeeland of Limburg. Meerdere provincies en Rege NL hebben gefinancierd. De analyse in Onder de Streep 2026 heeft overigens betrekking op de boekhoudingen van 2024.
Een derde van de bedrijven is met minder dan 10.200 kg melk per hectare als zeer extensief geclassificeerd. Pakweg en derde als ‘extensief’ en het overige derde als gemiddeld met meer dan 15.930 kg melk per hectare. De bedrijven behalen uiteenlopende NIL-niveaus van natuur-inclusieve landbouw, het gros niveau 1B wat betekent meer dan 10 procent agrarisch natuurbeheer en meer dan 2,5 procent akkerranden. Trendmatig scoren de zeer intensieve en biologische bedrijven het best vaakst in de NIL-scoresystematiek. De biologische melkprijs daalde iets in 2024, de gangbare steeg. Daarom kampen de extensieve bedrijven in de analyse met een iets lagere melkprijs.
Groot verschil in kosten mestafzet
Het inkomen per onbetaalde arbeidskracht was het laagst bij de zeer extensieve bedrijven, maar enkel bij deze groep substantieel stijgend. Het inkomen van deze bedrijven hangt in mindere mate samen met de melkprijs en is meer en vaker deels afhankelijk van nevenactiviteiten. De zeer extensieve bedrijven pachten veel goedkopere natuurgronden wat de pachtkosten vaak lager maakt. Ook kampen deze bedrijven minder met hogere loonwerk- en machinekosten door het extensieve karakter. Ook in mestafzetkosten is er een groot gat tussen gemiddeld en zeer extensief. Bij de laatste groep stegen deze in twee jaar van net boven nul tot 2.200 euro, bij de gemiddeld extensieve bedrijven van 10.000 tot ruim 22.000 euro.






