Omdat de Straat van Hormuz een sleutelrol speelt in de handel van olie, gas en kunstmest, werkt de verstoring snel door in de landbouw en voedselvoorziening. Wat staat de land- en tuinbouw nog te wachten?
De regio van de Samenwerkingsraad van de Golfstaten (GCC) – Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Qatar, Koeweit, Bahrein en Oman – staat bekend als netto-exporteur van energie, en importeur van voedsel. Het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten eind februari, met de feitelijke sluiting van de Straat van Hormuz, bracht de voedselsystemen van de regio in crisis.
De oorlog brak op 28 februari uit na Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iraanse doelen. De aanvallen escaleerden snel tot een regionaal conflict met verstrekkende gevolgen voor de globale energie- en voedselsystemen. De Straat van Hormuz, een doorgang van 33 km breed, werd op 1 maart feitelijk gesloten voor commerciële scheepvaart door de Iraanse Revolutionaire Garde, na meerdere raket- en droneaanvallen op schepen en haveninfrastructuur.
Feitelijke blokkade
Het scheepsverkeer door de Straat van Hormuz werd niet zozeer gestremd door een formele sluiting, maar door verhoogde veiligheidsrisico’s, aanvallen op schepen en het wegvallen van oorlogsrisicoverzekeringen, waardoor het merendeel van de commerciële scheepvaart de smalle Straat van Hormuz niet kon passeren.
Binnen enkele dagen stortte het maritieme verkeer door de zeestraat met meer dan 80 procent in. Medio maart werd de sluiting naast financieel ook door mijnen en aanvallen afgedwongen, doordat verzekeraars wereldwijd de dekking voor oorlogsrisico’s in de regio introkken.
Energie, voedsel, kunstmest
De impact van de sluiting is zichtbaar in drie sectoren: energie, voedsel en kunstmest. Ongeveer 20 procent van de wereldwijde olie en aanzienlijke volumes vloeibaar gas (lng) passeren normaal gesproken de zeestraat. Daarnaast passeert hier ongeveer een derde van de wereldhandel in kunstmest, met name ureum en ammoniak, en in mindere mate fosfor en zwavel.
De verstoringen leiden wereldwijd tot hogere kosten voor boeren. De kunstmestprijzen zijn sterk gestegen en aangezien aardgas de belangrijkste grondstof is voor stikstofkunstmest, zullen de hogere energieprijzen naar verwachting die kosten verder opdrijven. De verwachting is dat fabrieken zullen worden stilgelegd en dat prijzen voor inputs wereldwijd met 40 tot 60 procent kunnen stijgen. Dit kan de komende maanden een kettingreactie veroorzaken in voedselprijzen.
Meer dan 70 procent van de voedselimport van de Golfstaten, waaronder granen, bederfelijke producten en landbouwinputs, komt normaal gesproken via de zeestraat. Ook de export van voedselproducerende landen krijgt daardoor een knauw.
Economische prognose
Begin maart schetst Rabobank de eerste contouren van de economische impact van verstoringen in de energievoorziening. Daarbij ligt de nadruk niet uitsluitend op de directe effecten – hogere brandstofprijzen en oplopende energierekeningen – maar vooral op de zogeheten ‘tweedeorde-effecten’. Stijgende energiekosten werken met vertraging door in de productieketens en worden uiteindelijk doorberekend aan consumenten.
Voedselprijzen zijn hiervoor bijzonder gevoelig: eerdere analyses tonen aan dat die met een vertraging van drie tot negen maanden het sterkst reageren op een energieprijsschok. In scenario’s waarin de Straat van Hormuz langdurig wordt geblokkeerd, lopen de energieprijzen aanzienlijk op, al blijft de verwachte impact onder de piekniveaus van de energiecrisis in 2022.
Directe gevolgen voor de landbouw
Medio maart concretiseert LTO Nederland deze inzichten voor de landbouwsector. Omdat de strategische betekenis van de Straat van Hormuz maakt dat verstoringen vrijwel onmiddellijk doorwerken in de energieprijzen, kampen boeren en tuinders al snel met hogere kosten voor brandstof, kunstmest en transport. De mate waarin deze kosten kunnen worden doorberekend, blijkt echter beperkt en sterk afhankelijk van de mondiale marktsituatie. Bij ruime voorraden blijven producenten vaak met de extra lasten zitten, waardoor de druk op de marges toeneemt.
Kunstmestmarkt onder druk
De internationale kunstmestmarkt staat inmiddels onder spanning. Aardgas is een essentiële grondstof voor de productie van stikstofkunstmest en bepaalt een groot deel van de kostprijs. De prominente rol van de Golfregio als exporteur versterkt de kwetsbaarheid van de aanvoer.
In korte tijd lopen de prijzen van kunstmest, zoals ureum, fors op, wat de zorgen over beschikbaarheid en betaalbaarheid aanwakkert. Hoewel Europa minder afhankelijk is van import uit deze regio en beschikt over eigen productiecapaciteit, werken stijgende gasprijzen en internationale marktdynamiek ook hier door. Op korte termijn dempen bestaande voorraden en eerdere importen die impact, maar bij aanhoudende verstoringen stijgen de voedselprijzen onvermijdelijk.
Volatiele landbouw
Daarbovenop komen spanningen in de internationale handel en logistiek. Transportkosten stijgen door oplopende containerprijzen en verzekeringspremies, terwijl handelsstromen worden verstoord.
Dat raakt vooral sectoren die sterk afhankelijk zijn van export, zoals de pootgoed- en zuivelsector. Voor bederfelijke producten is uitwijken naar alternatieve markten vaak slechts beperkt mogelijk, wat de kans op economische schade vergroot. De toenemende onzekerheid voedt bovendien speculatie op internationale markten, wat prijsvolatiliteit verder versterkt.
Deze ontwikkelingen vinden plaats in een een periode waarin veel landbouwbedrijven al kampen met dalende opbrengstprijzen, waardoor nieuwe kostenstijgingen vlak voor het teeltseizoen de kwetsbaarheid van de sector verder vergroten.
Risico’s wereldvoedselvoorziening
In de eerste helft van april verschuift de aandacht naar de mondiale dimensie van de crisis. Internationale organisaties, waaronder de Voedsel en Landbouworganisatie van de VN (FAO), waarschuwen dat een langdurige blokkade niet alleen de energieprijzen opstuwt, maar ook de mondiale voedselvoorziening onder druk zet.
Waar de voedselprijzen in maart nog relatief stabiel blijven dankzij bestaande voorraden, wordt verwacht dat de spanning in de maanden daarna toeneemt. Boeren worden geconfronteerd met schaarsere en duurdere productiemiddelen, wat kan leiden tot lagere oogsten in 2026 en 2027.
Hoge energieprijzen zullen ook productiekeuzes beïnvloeden, bijvoorbeeld door een verschuiving naar gewassen voor biobrandstoffen. Vooral landen in het mondiale Zuiden die sterk afhankelijk zijn van import van energie en kunstmest, lopen hierbij aanzienlijke risico’s. In een ongunstig scenario kan een combinatie van lagere productie, stijgende prijzen en inflatie uitmonden in een brede voedselcrisis.
Eind april meldt LTO dat de kostenstijgingen concreet voelbaar zijn op bedrijfsniveau. De prijzen van fossiele brandstoffen en kunstmest nemen fors toe, terwijl de mogelijkheden om deze kosten door te berekenen beperkt zijn. Hierdoor komen de marges in de primaire sector verder onder druk te staan. Deze druk werkt door in de gehele voedselketen en leidt uiteindelijk tot hogere voedselprijzen.
Olieprijzen reageren direct
Als halverwege april Iran aankondigt de Straat van Hormuz voorlopig weer te openen voor commerciële scheepvaart, dalen olieprijzen direct. Het blijkt een tijdelijke verlichting, vooral omgeven door onzekerheid. Eind april blijft de vrees bestaan dat eerdere verstoringen en mogelijke nieuwe spanningen kunnen leiden tot aanhoudende prijsdruk op de voedselmarkten.
De gevolgen zijn naar verwachting het zwaarst in het mondiale Zuiden, maar ook in Europa kunnen de effecten via de voedselketen voelbaar worden als de situatie aanhoudt.






