Wet Onbegrijpelijk Bestuur: de WOB

Begin deze maand mocht ik voor een hoorcommissie van het Ministerie van Economische Zaken verschijnen. Om een ingewikkelde juridische tekst van anderhalf kantje voor te lezen. Met dank aan de advocaat van journalistenvakbond NVJ.  De vier leden van de hoorcommissie deden waarvoor zij waren aangesteld: goed luisteren. Wat mij betreft had de tekst ook per mail of per post naar Den Haag gekund, maar het ministerie stelt het erg op prijs wanneer je het stuk persoonlijk komt voorlezen. Om het vervolgens graag op schrift te ontvangen.

Wat ik gedaan heb om het zover te laten komen? Naar mijn idee niet zoveel: ik heb een paar stukken opgevraagd bij het ministerie. Daartoe uitgenodigd door de overheid zelf: “Overheidsinformatie is altijd openbaar” en de WOB “regelt uw recht op informatie en zorgt ervoor dat u inzage krijg in het overheidshandelen”, schrijft zij op haar website. De Wet Openbaarheid Bestuur – dat klinkt haast te mooi om waar te zijn. Het is dan ook niet waar. Ik schrijf uit ervaring. Bij het aanvragen van het gewenste document, beland je vrijwel meteen in een juridische procedure en krijg  je brieven opgestuurd waar je zonder advocaat niet meer uitkomt. En ben je het ergens niet mee eens, dan mag je voor een hoorcommissie verschijnen.

Ten slotte, na zes tot negen maanden van een hoop juridisch gedoe, volgt de beslissing of je het opgevraagde document krijgt opgestuurd. ‘Nee’ was het laatste antwoord dat ik ontving in een WOB-zaak. Dat was niet omdat er juridische haken en ogen aanzaten hoor, maar het ministerie kon het gewoon niet vinden.

Delen via:
Meer over: Column

1 Reactie op Wet Onbegrijpelijk Bestuur: de WOB