Achtergrond | Magazine | Premium

Franse ‘Kringloopwijzer’ inspirerende methode

In een Europees project is bij tien Nederlandse biologische melkveehouders de Franse tool Cap’2er ­ingevuld. Met deze tool worden in Frankrijk de milieu- en klimaatprestaties van bedrijven in kaart gebracht en vergeleken met referentiegroepen, vergelijkbaar met de Kringloopwijzer. Cap’2er heeft ­interessante extra’s die en inspiratie kunnen zijn voor de Kringloopwijzer.

Naast het rapporteren van de uitstoot van stikstof en broeikasgassen per hectare en per kg geproduceerde melk, berekent Cap’2er (www.cap2er.eu) ook de koolstofbalans in de bodem onder hagen, blijvend en tijdelijk grasland, bouwland, en van bouwland in rotatie met grasland. Dit resulteert voor veel biologische bedrijven in een flinke koolstofvastlegging. De 10 biologische bedrijven in Nederland legden volgens deze tool gemiddeld 26 procent van hun eigen uitstoot weer vast in de bodem – binnen een marge van 12 tot 49 procent. Hiermee kwam de gemiddelde uitstoot na aftrek van de vastlegging in de bodem op 6.100 kg CO2-equivalenten per hectare of 700 gram per kg melk.

Daarnaast laat Cap’2er in heldere overzichtsplaatjes zien waar in het bedrijf welke broeikasgassen vrijkomen (zie figuur 1 en 2). Dit biedt aanknopingspunten voor het verminderen van de emissies van fossiele broeikasgassen.

Biodiversiteit

In de tool wordt ook gerekend met ‘biodiversiteitsequivalenten’ die de bijdrage van het bedrijf aan de biodiversiteit laten zien. Voor elk bedrijf worden de oppervlaktes ingevuld van blijvend grasland, natuurgrasland, bufferstroken, hoogstamboomgaarden, bosjes, hagen, sloten, poelen en andere landschapselementen. Aan elk van deze elementen wordt een aantal punten toegekend die opgeteld een score geven van een aantal biodiversiteitsequivalenten van het bedrijf als geheel en uitgedrukt per hectare. Hoewel altijd enigszins arbitrair is wat er wel en niet meegeteld mag worden en hoeveel deze elementen daadwerkelijk bijdragen aan de biodiversiteit, is deze tool een goede poging om de inzet van bedrijven voor hun directe omgeving in beeld te krijgen.

Productie van voedsel

Cap’2er berekent per bedrijf hoeveel mensen er met de productie van het bedrijf gevoed kunnen worden. Voor melkveebedrijven wordt dit berekend aan de hand van een dierlijk-eiwitbehoefte van 22,5 gram per persoon (43 procent van de totale eiwitbehoefte). Op basis hiervan kunnen deze 10 biologische melkveebedrijven samen 26.000 mensen van hun dierlijk-eiwitbehoefte voorzien – gemiddeld 28 mensen per hectare. Een van de deelnemers merkte overigens terecht op dat in deze berekening geen rekening wordt gehouden met externe hectares die nodig zijn voor aangekocht voer. Een eenzijdige focus op deze indicator kan dan ook een een prikkel tot intensivering geven.

Koerassen en rantsoenen

De tool geeft de mogelijkheid uit vijftien verschillende koerassen te kiezen. Daarmee wordt recht gedaan aan verschillen in het gewicht van de veestapel, en daarmee aan de geproduceerde hoeveelheid vlees en de verdeling van de broeikasgasuitstoot over melk en vlees. Ook heeft het gevolgen voor de berekende onderhoudsbehoefte van melkkoeien, waardoor de benutting van het voer beter aansluit bij de realiteit. Dit past goed bij biologische bedrijven, waar een grote verscheidenheid aan rassen aanwezig is, van Jersey tot Fleckvieh. Een ander interessant punt van Cap’2er is dat hij veel detail biedt voor rantsoenberekening. Er kan per diercategorie (melkkoeien, pinken, kalveren) een rantsoen samengesteld worden waardoor bepaalde voedermiddelen alleen aan een bepaalde diercategorie toegewezen worden.

Nadelen bij invoer

Naast voordelen heeft Cap’2er ook nadelen. Zo vergt de tool door het gebrek aan automatische datakoppelingen veel werk. Hier blijkt het gemak van de goede data-infrastructuur van de Nederlandse melkveehouderij. Ook bestaan de referentiegroepen waarmee de resultaten van een bedrijf vergeleken worden vooralsnog alleen uit Franse bedrijven, waardoor een goede vergelijking soms moeilijk is. Qua stalsystemen en voedermiddelen kan alleen gekozen worden uit een vooraf opgestelde lijst die resulteert in een niet aan te passen verdeling van de meststromen in vaste mest en drijfmest. Ook de voederwaarden van de te kiezen voedermiddelen zijn niet handmatig aan te passen.

Conclusies

Cap’2er biedt een aantal extra’s ten opzichte van de Kringloopwijzer. Deze aspecten kunnen een inspiratie zijn voor aanpassingen aan de Kringloopwijzer. In een vervolgartikel worden de cijfers van de tien biologische melkveebedrijven in Nederland vergeleken met bedrijven in andere landen.

Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

V-focus Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven?