Algemeen | Premium

Adviseur nodig bij doelsturing

Agrivaknet ondersteunt het ‘Convenant verlagen ruw eiwit in rantsoenen melkveebedrijven’. Voorzitter Noud Janssen vindt dat vaktechnisch bedrijfsadviseurs een rol kunnen én moeten spelen bij deze manier van emissies verlagen.

Binnen het convenant werken onder andere Agrivaknet, LTO, Nevedi, NZO en VLB aan het verlagen van de stikstofexcretie en daarmee emissie. Bovendien draagt het verlagen van het eiwit in rantsoenen bij aan het aanpakken van de problemen op de mestmarkt.

ZuivelNL heeft de coördinerende rol in dit convenant en het ministerie van LVVN ondersteunt het financieel.

Samen aan tafel

Het verlagen van ruw eiwit in rantsoenen raakt het werk van zowel de vaktechnisch bedrijfsadviseur als van de dierenarts, die beide lid zijn van Agrivaknet. Die combinatie maakt dat de vereniging voor bedrijfsadviseurs wel haast betrokken móet zijn bij het convenant. Voorzitter Noud Janssen licht toe: “We weten al veel over het eiwitniveau in rantsoenen en daar komt nog geregeld kennis bij. Wij zorgen ervoor dat die bij de bedrijfsadviseur terechtkomt. Agrivaknet wil aan de overheid laten zien dat de vaktechnisch bedrijfsadviseur met zijn kennis en ervaring nodig is om de missie van dit convenant te doen slagen: het ruweiwitgehalte van melkveerantsoenen verlagen.”

Agrivaknet zoekt ook verbinding met ondernemerscoaches, economisch adviseurs en andere erfebetreders die verenigd zijn binnen de Vereniging Agrarische Bedrijfsadviseurs (Vab) zodat alle adviseurs die een agrarisch ondernemer nodig acht bij de ontwikkeling van zijn bedrijf, ook samen bij hem aan tafel kunnen aanschuiven.

Praktisch gezien kan dit invulling krijgen binnen de Sabe-regeling die door de overheid is opgezet.

Balans in saldo vinden

Voorzitter van de LTO vakgroep Melkveehouderij Jos Verstraten denkt net als Janssen dat het samenspel tussen boer en adviseurs, of die nou productgebonden of onafhankelijk zijn, onmisbaar is bij het bereiken van de doelen van dit convenant. “Het convenant wil ondersteunen dat op sectorniveau de melkveerantsoenen 158 gram ruw eiwit . Maar elke individuele boer heeft daarin natuurlijk zijn eigen ambitie. De Bex [bedrijfsspecifieke excretie] of het tankmelkureum zijn de middelen die op bedrijfsniveau inzichtelijk maken dat een boer minder eiwit voert en welk effect dat heeft op zijn verdienmodel. De adviseur kan helpen door te adviseren hoe de individuele boer zijn koeien zou kunnen voeren en alles door te rekenen.”

Het verlies van de derogatie is hierbij een kans. Er zal daardoor waarschijnlijk minder gras geteeld worden waardoor er minder ruw eiwit in het rantsoen komt. Daardoor komt er dan meer mais of eigen geteeld krachtvoer in het rantsoen en dat vraagt een specifieke eiwitaanvulling uit krachtvoer. Verstraten: “De uitdaging zit hem erin om in beeld te brengen wat dit betekent voor de kosten van mestafzet en voer, de melkopbrengst, gezondheid van de koe en uiteindelijk het saldo. Om daar een goede balans in te vinden kunnen adviseurs ondersteuning bieden.”

Ook doelsturing, waar de politiek op inzet, maakt de samenwerking tussen ondernemer en adviseurs belangrijker. Janssen: “Doelsturing maakt het mogelijk dat iedere ondernemer zijn eigen traject kiest. Overleg met experts helpt daarbij.”

Intrinsieke motivatie

Ondanks die duidelijke rol voor de adviseur, zal de agrarisch ondernemer allereerst intrinsiek gemotiveerd moeten zijn om met het eiwitniveau in de rantsoenen op zijn bedrijf aan de slag te gaan. Verstraten: “De adviseur kan alleen zijn werk doen als de ondernemer het wil. Dat begint met inzicht: laten zien wat ze ermee kunnen bereiken op hun bedrijfsdoelen. Soms is het nog nodig om uit te leggen dat minder eiwit in het rantsoen echt leidt tot minder mestafvoer. Naast minder vee houden, is minder eiwit in het rantsoen de enige maatregel die daarop direct werkt. vervolgens stimuleert de adviseur de ondernemer om vanuit zijn vakmanschap verbeteringen door te voeren.” Janssen weet dat de vaktechnisch adviseur uitstekend is toegerust voor die rol: “Die is in staat om kennis naar de boer te brengen, maar ook om daar kennis op te halen en elders in te brengen. Vertrouwen en samenwerking speelt daarbij een grote rol en dus de band die de adviseur weet op te bouwen met ondernemers.”

Beloning op stikstofuitstoot

Voor Verstraten is het hoofddoel van het convenant dat er nu minder stikstof uit mest op de markt komt, en de bijvangst is dat er minder ammoniakemissie ontstaat. “Dat laatste wordt de komende jaren alleen maar belangrijker”, weet hij. “Door nu die motivatie bij de boer te stimuleren en kennis op te doen, gaan we dat effect ook terugzien bij de stikstofproblematiek. Dat zie ik als de volgende beloning voor scherp eiwit voeren.”

Beide bestuurders denken dat dit convenant dat kan bewerkstelligen. Verstraten: “Ik merk dat er meer potentie is dan boeren denken en weten, en dat er ook technische mogelijkheden zijn om het eiwit in het melkveerantsoen verder terug te brengen. Dan denk ik aan de kwaliteit van eiwit in voer en gaat het om het finetunen daarvan in het rantsoen. Dan komt het echt weer aan op vakmanschap.” Janssen voegt toe: “Bij het voeden van dat vakmanschap is een rol weggelegd voor de vaktechnisch bedrijfsadviseur. Ik hoop dat de politiek ziet dat het samenspel van de agrarisch ondernemer en zijn adviseurs nodig is, ook bij zoiets als het verlagen van ruw eiwit in rantsoenen.”

Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

V-focus Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven?