Volgens visserijwetenschapper John Driscoll, professor aan de universiteit van Brits Colombia in Canada, biedt zeewieraquacultuur kansen om duurzame grondstoffen te produceren met minimale inzet van land, zoet water en andere hulpbronnen. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat een groeiende sector alleen succesvol kan zijn als de ecologische risico’s goed worden beheerst.
Wat is het mooie aan zeewieraquacultuur?
“Een van de belangrijkste aantrekkelijkheden van zeewier is dat het groeit met minimale menselijke tussenkomst. Er zijn geen meststoffen of hormonen nodig, geen regeling van licht of temperatuur, geen verwarming of koeling en geen herbiciden of pesticiden.
“Zeewieraquacultuur omzeilt daardoor veel van de belangrijkste zorgen rond conventionele landbouw en aquacultuur. Het kan opmerkelijk snel groeien en worden gebruikt in uiteenlopende producten, van voedsel tot cosmetica en bioplastics. Het vervangen van op aardolie gebaseerde producten door alternatieven op basis van zeewier kan aanzienlijke klimaatvoordelen opleveren door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen — een zeldzaam win-win-winscenario met economische, ecologische en klimaatvoordelen.
“Gezien dit potentieel is het niet verrassend dat zeewieraquacultuur wordt gepromoot vanwege haar vermogen om zowel bij te dragen aan het menselijk welzijn als om wereldwijde duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Zeewieren leveren ook ecologische voordelen op, waaronder het verminderen van schadelijke algenbloei en eutrofiëring.
“Zeewieraquacultuur is echter niet zonder risico’s. Zo kunnen bedrijven via zeewieraquacultuur ziekteverwekkers en niet-inheemse soorten introduceren, de genetische eigenschappen van wilde populaties verstoren en de concurrentie om zonlicht en voedingsstoffen versterken. Het goede nieuws is dat dergelijke negatieve effecten met de juiste maatregelen kunnen worden voorkomen.”
Wat zijn nog hiaten in de regelgeving?
“Aangezien de verwerking van zeewier voor niet-menselijke toepassingen mogelijk de meest veelbelovende route vormt voor het verminderen van emissies, zal het regelgevingsvacuüm voor dergelijke toepassingen steeds belangrijker worden naarmate de sector zich verder ontwikkelt.
“Daarnaast rijst de vraag wie verantwoordelijk is voor zeewieraquacultuur in offshorewateren die verder dan 12 zeemijl uit de kust liggen. De territoriale wateren reiken namelijk slechts tot deze grens, terwijl de exclusieve economische zone van Canada zich uitstrekt tot 200 zeemijl. Omdat noch de provinciale noch de federale overheid hiervoor een offshoremandaat heeft, luidt het antwoord momenteel: niemand.”
Het originele en volledige artikel is gepubliceerd op The Conversation en geherpubliceerd onder een CC-licentie. John Dricoll schreef het artikel samen met Edward Gregr.







