Achtergrond | Premium

Op het veld, in de kas of verticale landbouw?

In de glastuinbouw en zeker bij verticale landbouw hebben we alle factoren van de teelt in de hand. Dat wil niet zeggen dat klimaatverandering geen invloed heeft op de teeltmethoden en vice versa. Volgens de Britse plantenwetenschapper Sven Batke zijn de volle grond, de kas én verticale landbouw alle drie nodig om op verschillende locaties…

Denk je aan de voedselproductie in het noordwesten van Europa, dan zie je waarschijnlijk uitgestrekte akkers met granen, aardappelen en groenten. Maar een deel van het voedsel in de schappen van supermarkten wordt geproduceerd in omgevingen die er heel anders uitzien.

Een tomatenplant kan zijn hele leven in een kas doorbrengen, meer dan 20 meter lang worden en water en voedingsstoffen rechtstreeks bij de wortels toegediend krijgen. Sla kan in een gebouw worden geteeld, in lagen boven elkaar onder ledverlichting.

Vollegrondsteelt, glastuinbouw en verticale landbouw worden wel gezien als concurrerende visies op de toekomst van onze voedselproductie. Maar ze werken op verschillende schaalniveaus en bieden, belangrijker nog, verschillende controle over de teeltomgeving. Dat wordt steeds belangrijker nu het klimaat verandert. Door gewassen naar binnen te verplaatsen, zijn ze beschermd tegen droogte, hitte en onvoorspelbaar weer. Maar die controle heeft een prijs.

Neem het Verenigd Koninkrijk. Van de 17 miljoen hectare landbouwgrond wordt circa 6,1 miljoen hectare als geschikt voor akkerbouw aangemerkt. Alleen al graan neemt 3 miljoen hectare in. Ter vergelijking: tuinbouwgewassen – van tomaten en paprika’s tot komkommers en aardbeien – beslaan slechts zo’n 147.000 hectare – waarvan 850 hectare kassen.

Verticale landbouw is zo klein dat hij in de statistieken over het landbouwgrondgebruik niet afzonderlijk wordt geregistreerd. Deze bedrijven nemen hooguit 0,0001 procent van het totale Britse landbouwareaal in beslag, 10 tot 30 hectare.

Kwetsbare controle

Toch zegt de hoeveelheid grond die een teeltsysteem gebruikt niet per se iets over het belang ervan voor onze voedselvoorziening. Akkerbouw biedt schaalgrootte, maar is kwetsbaarder voor het klimaat. Wie een boterham eet, kan er vrijwel zeker van zijn dat de tarwe daarvoor buiten is geteeld. Hetzelfde geldt voor gerst, koolzaad, aardappelen en veel groenten.

Het voordeel van teelt in de vollegrond is de schaalgrootte. Zonlicht en regen leveren twee van de belangrijkste voorwaarden voor plantengroei, zonder dat boeren die zelf hoeven te produceren. Miljoenen tonnen tarwe telen in gebouwen met kunstlicht is economisch noch ecologisch zinvol. Daar staat tegenover dat de teler weinig controle heeft. Boeren kunnen niet bepalen wanneer het regent of hoe warm het wordt. Vooral tijdens droogte is dat van belang. Beregening kan een tekort aan neerslag compenseren, met name bij belangrijke gewassen zoals aardappelen en andere groenten, maar tijdens langdurige droogte kan de wateronttrekking worden beperkt om de watervoorziening en het milieu te beschermen. Daarmee komt de landbouw voor een lastig probleem te staan: gewassen hebben vaak juist de meeste beregening nodig op het moment dat de beschikbare watervoorraden het zwaarst onder druk staan.

Kassen vragen veel hulpbronnen

Wie van een akker een moderne tomatenkas binnen loopt, merkt direct hoe sterk de controle over de teeltomgeving toeneemt. Planten kunnen zonder grond worden geteeld, terwijl computers de watergift, voedingsstoffen, ventilatie, luchtvochtigheid en temperatuur regelen. Moderne systemen kunnen water rechtstreeks naar de wortelzone brengen en drainwater opvangen, behandelen en opnieuw gebruiken. Daardoor zijn ze tot 90 procent efficiënter met water.

Dat maakt glastuinbouw potentieel zeer waterefficiënt. Bovendien kunnen op een relatief klein oppervlak grote hoeveelheden gewassen worden geproduceerd. Maar efficiënt watergebruik is niet hetzelfde als zekerheid over de beschikbaarheid van water.

Nederland, met een van de meest geavanceerde glastuinbouwsectoren ter wereld, laat dit probleem goed zien. Recente droogte vergrootte de druk op de beschikbare hoeveelheden oppervlakte- en grondwater. Een kas kan water efficiënt hergebruiken, maar dat water moet wel ergens vandaan komen. Het opvangen van regenwater van kasdaken, het vergroten van de wateropslag en hergebruik van irrigatiewater worden belangrijker naarmate het risico op droogte toeneemt.

Temperatuur vormt een andere uitdaging. Kassen bieden bescherming tegen de buitenomgeving, maar zijn daar niet volledig van afgesloten. Als tomaten het beste groeien binnen een bepaald temperatuurbereik, wordt de teelt moeilijker naarmate de omstandigheden buiten extremer worden. Als het buiten warmer wordt, moeten telers mogelijk meer ventileren, schermen of koelen. Tijdens koude perioden is juist extra verwarming nodig.

De manier waarop we kassen nu gebruiken zal in de toekomst mogelijk veranderen. Door klimaatverandering is meer ingrijpen nodig om dezelfde teeltomstandigheden te handhaven. En ingrijpen kost geld.

Verticale landbouw

Verticale teelt bevindt zich aan het andere uiteinde van dit spectrum van klimaatbeheersing. Allerlei gewassen kruiden en bladgroenten kunnen binnen in gebouwen in meerdere lagen boven elkaar worden geteeld, waarbij licht, water, voedingsstoffen, luchtvochtigheid en temperatuur allemaal nauwkeurig worden geregeld.

Deze teeltfaciliteiten gebruiken weinig grond en kunnen een groot deel van hun water hergebruiken. Ook zijn ze grotendeels beschermd tegen droogte, stormen en andere extreme weersomstandigheden. Maar hoe groter de mate van controle, hoe groter ook de afhankelijkheid van infrastructuur en energie.

Ook zijn ze niet volledig onafhankelijk van de buitentemperatuur. Ledlampen en andere apparatuur produceren warmte die moet worden afgevoerd. Naarmate de buitentemperatuur verder afwijkt van de omstandigheden die het gewas nodig heeft, kan meer energie nodig zijn om binnen een optimaal klimaat te handhaven. Of algemeen gesteld: hoe meer we de voedselproductie loskoppelen van de natuurlijke omgeving, hoe meer energie en infrastructuur nodig zijn om de diensten te vervangen die de natuur voorheen gratis leverde.

Economisch kan dat lastig worden. Verticale landbouw heeft aangetoond dat gewassen met zeer weinig grond en water kunnen worden geproduceerd, maar de sector heeft ook tal van faillissementen gekend. Een hoog energieverbruik, forse investeringen in infrastructuur en kleine winstmarges maken sommige technisch indrukwekkende systemen moeilijk financieel rendabel te maken.

Prijs van weerbaarheid

Er is geen eenvoudig antwoord op de vraag of vollegrondsteelt, glastuinbouw of verticale landbouw de meest weerbare manier is om voedsel te produceren. Vollegrondsteelt vraagt relatief weinig infrastructuur, maar is afhankelijk van het weer. Kassen bieden meer controle, maar vragen investeringen, energie en een betrouwbare watervoorziening. Verticale voedselproductie biedt nog meer controle, maar is sterker afhankelijk van elektriciteit en kostbare infrastructuur.

Door klimaatverandering wordt deze afweging steeds belangrijker. De toekomst vraagt niet simpelweg om méér gecontroleerde landbouw, maar om slimmere landbouw: beter waterbeheer op akkers, meer opvang en opslag van regenwater in kassen, efficiëntere verwarming en koeling en een groter gebruik van hernieuwbare energie en restwarmte uit andere sectoren.

We zullen vollegrondsteelt, glastuinbouw én verticale landbouw nodig hebben – voor verschillende gewassen en op verschillende locaties. De uitdaging is om de juiste balans te vinden tussen blootstelling aan een veranderend klimaat en de oplopende kosten om dat klimaat te beheersen.

Van de 1,79 miljoen hectare cultuurgrond in Nederland was in 2025 circa 1,15 miljoen grasland en voedergewassen. De akkerbouw besloeg 544.530 hectare (30,4 procent). Daarvan werd 442.554 hectare gebruikt voor gewassen zoals granen, suikerbieten en aardappelen. Bijna 32.653 hectare lag braak en op 69.324 hectare werden akkerbouwgroenten geteeld, waaronder uien, peen en erwten.De tuinbouw in de open grond gebruikte 5,1 procent van de cultuurgrond. Daarvan was 1,5 procentpunt bestemd voor tuinbouwgroenten en 1,0 procentpunt voor fruit. Op de resterende 2,6 procentpunt stonden hoofdzakelijk bloembollen, bloemkwekerijgewassen, boomkwekerijgewassen en vaste planten.Tuinbouw onder glas besloeg 10.029 hectare (0,56 procent van de cultuurgrond). Op ruim de helft daarvan werden groenten geteeld. Fruit onder glas besloeg 107 hectare. Bloemkwekerijgewassen, boomkwekerijgewassen en vaste planten waren goed voor 4.350 hectare onder glas (0,24 procent).
Verticale landbouw vindt in Nederland op zeer beperkte schaal plaats. Growy in Amsterdam lijkt het enige bedrijf dat op dit moment commercieel gewassen in meerdere lagen teelt. Daarnaast ontwikkelen onder meer Own Greens en Infinite Acres teeltsystemen. WUR beschikt over onderzoeksfaciliteiten voor verticale landbouw.

Sven Batke is een plantenwetenschapper en adjunct-hoofd Onderzoek en Kennisuitwisseling aan Edge Hill University (VK), en tevens verbonden aan het Greenhouse Innovation Consortium. De originele versie van dit artikel verscheen eerder op de nieuwswebsite The Conversation.

Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

V-focus Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven?