Een brede toepassing van methaanremmende voeradditieven in de melkveehouderij hangt niet alleen af van de technische werking en economische haalbaarheid. Ook de maatschappelijke acceptatie speelt een rol. Europees onderzoek onder 3.220 consumenten laat zien dat vooral chemisch geproduceerde toevoegingen op meer weerstand kunnen stuiten.
Onderzoekers van onder meer het Finse Natural Resources Institute Finland (Luke) en het Franse Institut de l’Élevage onderzochten de houding van consumenten in Finland, Frankrijk, Polen en Ierland. Ze vergeleken drie categorieën voeradditieven die de methaanemissie van melkvee kunnen verminderen: algen- en zeewierextracten, plantaardige oliën en vetten en het chemische 3-nitrooxypropanol (3-NOP). Deze laatste stof is onder meer het actieve bestanddeel van Bovaer.
Voorkeur voor natuurlijke toevoegingen
Uit het onderzoek blijkt dat consumenten natuurlijke toevoegingen in eerste instantie beter accepteren dan chemische alternatieven. Daarmee kan maatschappelijke weerstand tegen middelen als 3-NOP volgens de onderzoekers een belemmering vormen voor de toepassing ervan in de melkveehouderij.
Opvallend is echter wat er gebeurt wanneer consumenten aanvullende informatie krijgen. Bij 3-NOP neemt de acceptatie dan juist toe. Bij algen, zeewier en plantaardige oliën en vetten kan extra informatie daarentegen leiden tot een lagere acceptatie. Alleen communiceren dat een toevoeging van natuurlijke oorsprong is, biedt dus niet automatisch een voordeel.
Verschillen tussen consumentengroepen
De onderzoekers verdeelden de respondenten ook in groepen op basis van hun houding. Vooral consumenten die veel waarde hechten aan dierenwelzijn of bewust consumeren, reageerden negatiever op aanvullende informatie over algen en plantaardige oliën. Bij andere groepen veranderde de acceptatie daarvan weinig. Voor de chemische toevoeging 3-NOP leidde aanvullende informatie bij de meeste groepen juist tot een positievere houding.
De resultaten zijn daarmee relevant voor de verdere inzet van methaanremmers als klimaatmaatregel in de melkveehouderij. Niet alleen de effectiviteit van een middel, maar ook de manier waarop de techniek aan consumenten wordt uitgelegd, kan mede bepalen of grootschalige toepassing maatschappelijk haalbaar is.
Volgens de onderzoekers vraagt dit om verschillende communicatiestrategieën per type voeradditief en consumentengroep. Een algemene informatiecampagne kan zelfs averechts werken wanneer onvoldoende rekening wordt gehouden met bestaande opvattingen over onder meer dierenwelzijn en voedselproductie.
Het onderzoek is gepubliceerd in het Journal of Dairy Science.







