Britse onderzoekers brachten in kaart brengen hoe verschillende huisvestingssystemen voor leghennen scoren op zowel milieu-impact als welzijn, omdat ook in het Verenigd Koninkrijk de maatschappelijke druk om af te stappen van kooihuisvesting toeneemt.
Voor het onderzoek werden gegevens uit de Britse pluimveesector gebruikt om acht productiescenario’s door te rekenen, variërend van volledig verrijkte kooien tot volledig biologische vrije uitloop. Daarbij was het uitgangspunt dat de totale eierproductie gelijk bleef. Met een levenscyclusanalyse berekenden de onderzoekers onder meer de uitstoot van broeikasgassen, het landgebruik en verzurings- en eutrofiëringspotentieel. Daarnaast werden welzijnsindicatoren, zoals sterfte en het aantal benodigde hennen, meegenomen.
Uit de analyse blijkt dat verrijkte kooisystemen de laagste broeikasgasuitstoot en het laagste landgebruik hebben. Een volledig biologisch vrije-uitloopsysteem zou volgens de modelberekeningen bijna twee keer zoveel broeikasgassen uitstoten als een volledig kooisysteem. De belangrijkste verklaring is dat biologische vrije-uitloophennen minder efficiënt produceren en een hogere sterfte kennen, waardoor meer dieren nodig zijn om dezelfde hoeveelheid eieren te produceren.
De onderzoekers plaatsen zelf een belangrijke kanttekening bij de resultaten. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens uit 2009 en 2010 en houden geen rekening met recente verbeteringen in genetica, management en voerbenutting. Ook zijn andere duurzaamheidsaspecten, zoals biodiversiteit, bodemkwaliteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, buiten beschouwing gelaten.
Bronnen: Martinic et al., 2026, The Guardian







