Bodems voeden ons, filteren ons water en vormen de basis van het grootste deel van de voedselketen op aarde. Toch behoren ze ook tot de meest verwaarloosde hulpbronnen van Europa volgens een artikel in Horizon. Terwijl de aandacht vaak uitgaat naar andere milieuproblemen, gaat de kwaliteit van de bodem onder onze voeten ongemerkt achteruit.
Onderzoekers laten zien dat het herstel van bodems door betere landbouwpraktijken zowel ecologisch als economisch zinvol is. Meer dan de helft van de Europese bodems is gedegradeerd.
Andrés Rodríguez Seijo van de Universiteit van Vigo in Spanje is een van de onderzoekers die daar verandering in wil brengen. Tijdens zijn onderzoek naar microplastics viel hem op hoe weinig aandacht er was voor vervuiling van de bodem. “Iedereen sprak over microplastics in zee, maar negeerde het feit dat ze zich eerst op het land bevinden en onze bodems vervuilen voordat ze de zee bereiken”, zegt Seijo.
Europese bodems onder druk
De toestand van de Europese bodems is zorgwekkend. Door overmatig gebruik van meststoffen bevatten veel bodems te veel stikstof. Daarnaast hebben ze te maken met erosie en vervuiling. Meer dan 60 procent van de Europese bodems wordt momenteel als ongezond beschouwd en klimaatverandering dreigt die situatie verder te verslechteren. De economische gevolgen zijn aanzienlijk. Volgens schattingen van de Europese Unie kost bodemdegradatie Europa jaarlijks ongeveer 50 miljard euro.
Seijo coördineert momenteel In Best Soil, een door de EU gefinancierd project dat een opvallende aanpak kiest. In plaats van uitsluitend te wijzen op de milieuwinst van gezonde bodems, wil het project aantonen dat investeren in bodemkwaliteit ook financieel aantrekkelijk is voor boeren, bedrijven en investeerders. “Dat doen we door te onderzoeken welke strategieën onze bodems het best herstellen en tegelijkertijd een rendabele investering vormen”, aldus Seijo.
In Best Soil maakt deel uit van de EU Mission: A Soil Deal for Europe, een Europees programma dat zich richt op het herstel van gedegradeerde bodems tegen 2030. Samen met andere missies rond steden, oceanen, klimaatverandering en kankerbestrijding moet dit initiatief bijdragen aan het oplossen van grote maatschappelijke uitdagingen.
Praktijkonderzoek op Sardinië
Het In Best Soil-team voert op verschillende locaties in Europa praktijkproeven uit. Op Sardinië vergelijken onderzoekers verschillende vormen van bodembeheer om te bepalen welke aanpak het beste is voor zowel de bedrijfsresultaten als de bodemgezondheid.
Valentina Mereu van het Euro-Mediterranean Centre on Climate Change en Gianluca Carboni van Agris, het regionale landbouwonderzoeksinstituut van Sardinië, leiden daar een zogenoemd Living Lab voor mediterrane landbouwbodems.
Binnen de proef wordt harde tarwe geteeld volgens drie verschillende systemen. Op een deel van de percelen wordt conventionele grondbewerking toegepast, waarbij de bodem voor het zaaien wordt geploegd en gekeerd. Op andere percelen wordt gewerkt met minimale grondbewerking, waarbij de bodem minder intensief wordt verstoord. Een derde groep percelen wordt ingezaaid via directzaai. Daarbij wordt eerst een herbicide ingezet tegen onkruiden, waarna direct in de onbewerkte bodem wordt gezaaid.
De resultaten zijn veelbelovend. Conventioneel ploegen veroorzaakte de meeste schade aan de bodem. Zowel minimale grondbewerking als directzaai zorgden voor hogere gehaltes aan organische koolstof, meer microbiële diversiteit en een betere beschikbaarheid van nutriënten. Tegelijkertijd bleven de opbrengsten vergelijkbaar met die van conventionele teeltsystemen. “De resultaten die we tot nu toe hebben verzameld zijn veelbelovend”, zegt Carboni.
Volgens hem levert minder grondbewerking boeren bovendien besparingen op in arbeidstijd en brandstofverbruik, zonder dat dit ten koste gaat van de opbrengst of bodemkwaliteit. “Dat is van groot belang, niet alleen voor de productie, maar ook voor klimaatregulatie, biodiversiteit en de algehele bodemkwaliteit.”
Vroege simulaties laten zien dat deze systemen ook onder toekomstige klimaatomstandigheden goed blijven presteren. “Dit toont aan dat ze veel potentie hebben als effectieve strategieën voor zowel klimaatadaptatie als klimaatmitigatie in de regio”, aldus Mereu.
Het onderzoeksteam werkt inmiddels samen met lokale belanghebbenden om te bekijken hoe boeren, grondeigenaren en bedrijven kunnen worden gestimuleerd om deze methoden toe te passen.
Proeven verspreid over Europa
Sardinië is een van de negen proeflocaties binnen In Best Soil. In Spanje richt een onderzoeksgroep zich op een zogenoemd Dehesa-systeem, een halfopen landschap waarin grazende dieren bijdragen aan het herstel van bodems die door intensieve landbouw zijn gedegradeerd. In Litouwen en Kroatië ligt de nadruk op stedelijke en voorstedelijke gebieden. Daar helpen gezonde bodems om overtollig regenwater op te nemen en het risico op wateroverlast te beperken. Het netwerk van proeflocaties omvat daarnaast landbouwgronden in Nederland en Zwitserland, bosgebieden in Letland en voormalige mijnbouwlocaties in Spanje.
Gezonde bodem als investering
Na afloop van de proeven worden de resultaten gebruikt om praktische instrumenten te ontwikkelen waarmee boeren, terreinbeheerders en investeerders de opbrengsten van bodemherstel kunnen beoordelen. Het doel is om gezonde bodems te positioneren als een waardevol investeringsobject in plaats van een kostenpost.
“Wij vinden dat bij het ontwikkelen van een verdienmodel niet alleen marktvoordelen moeten worden meegenomen, maar ook voordelen die niet direct in de markt worden verrekend. Deze tool zal daarvoor een schatting geven”, legt Jorge Sánchez Navarro uit, onderzoeker landbouw- en coöperatieve economie aan de Polytechnische Universiteit van Cartagena.
Het waarderingskader en de rekentool zijn bedoeld voor een brede groep gebruikers, van individuele boeren tot overheden en institutionele investeerders. Zo ontstaat een gemeenschappelijke methode om de waarde van gezonde bodems inzichtelijk te maken.
Ook van belang voor beleid
De onderzoekers verwachten dat hun resultaten ook relevant zullen zijn voor beleidsmakers. De Europese Unie heeft onlangs haar eerste wetgeving geïntroduceerd die volledig gericht is op bodemgezondheid. De Soil Monitoring Law verplicht de 27 lidstaten om de bodemgezondheid binnen hun grondgebied te monitoren en te beoordelen. Het project loopt tot december 2026. Tegen die tijd hopen de onderzoekers boeren, grondeigenaren en terreinbeheerders de kennis en instrumenten te bieden die nodig zijn om bodemherstel op grotere schaal mogelijk te maken, inclusief een duidelijke economische onderbouwing.
Het project dat in dit artikel wordt beschreven ontvangt financiering vanuit de EU-missie: A Soil Deal for Europe. Deze EU-missies brengen onderzoek, beleid en burgers samen om vóór 2030 oplossingen te ontwikkelen voor grote maatschappelijke uitdagingen.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Horizon, een uitgave van de Europese Unie voor onderzoek en innovatie. Auteur: Bárbara Pinho







