Kom we geven de landbouw de schuld

“Waarom kijk je bij het verlies van biodiversiteit alleen naar de rol van stikstof, er zijn toch meer oorzaken”, vroeg ik aan een wetenschapper. “Omdat de financier dat wil”, was het antwoord. De financier was in dit geval een belangenorganisatie van natuurbeheerders. Het is niet moeilijk om te voorspellen hoe dit onderzoek opgepakt gaat worden door die natuurbeheerders: ‘Onze natuur wordt vernield door stikstof uit de landbouw, zie dit wetenschappelijke onderzoek’.

Omstreeks dezelfde tijd piekte de mestfraude in de media, één en één is twee, door sommige media werd mestfraude aangewezen als de belangrijkste dader van de wegkwijnende flora en fauna.

Gewiekste (belangen)organisaties weten het handig aan te pakken. Via de wetenschap en de media drukken zij stevig hun stempel op het beleid. Een blik in de subsidieregisters van de provincies leert vervolgens dat het dezelfde organisaties zijn waar de subsidiegelden naar toe gaan om de problemen die de landbouw veroorzaakt op te lossen.

Landbouw gemakkelijk en lucratief doelwit

De landbouw is een gemakkelijk en lucratief doelwit. Gemakkelijk omdat de landbouw fouten maakt, zij wil toch intensiveren en haar schaal vergroten in gebieden waar dat niet past. Dat wekt weerstand op. En dat de landbouw ook een aandeel heeft in de milieuvervuiling staat buiten kijf. Wie geschoren wordt, moet stil zitten. Lucratief omdat er relatief veel Europees, nationaal en regionaal subsidiegeld beschikbaar is voor het oplossen van problemen die de landbouw veroorzaakt. Verschillende partijen die de landbouwproblemen op de kaart zetten, delen mee in de subsidiegelden voor het oplossen ervan.

Er is nog een goede reden om de schuld bij de landbouw neer te leggen. Het voorkomt dat het eigen handelen tegen het licht wordt gehouden. Een tweede belangrijke oorzaak van biodiversiteitsverlies in natuurgebieden betreft verkeerde keuzes door terreinbeheerders. De eenzijdige blik op stikstof voorkomt dat deze missers aan de kaak worden gesteld.

Geen oplossingen

Een eenzijdige benadering van vraagstukken leidt niet tot (kosten)effectieve, snelle  oplossingen. Zie het biodiversiteitsvraagstuk en het weidevogelvraagstuk. De eenzijdige focus op de landbouw leidt ertoe dat het probleem niet snel van de agenda verdwijnt, maar langdurig blijft voortbestaan. En dat lijkt ook precies de bedoeling, want zo kan er tot in lengte van jaren geprofiteerd worden van subsidiebudgetten voor onderzoek, voor het oplossen van problematieken, voor de eigen organisatie.

Meepraten over dit thema?

Kom naar de thema-avond over landbouw in de media en wetenschap, op 7 februari in Bunnik. De avond wordt georganiseerd door Vork (uitgeverij Agrio) en V-focus (uitgeverij AgriMedia Wageningen). Meer informatie en inschrijven: thema-avond kom we geven de landbouw de schuld.

Delen via:
Meer over: Column

3 Reacties op Kom we geven de landbouw de schuld

  1. Henk Grooten schreef:

    sluit goed aan bij de thema-avond:
    “Kom wij geven de landbouw de schuld”.

  2. J .S. vd kooi schreef:

    Verbaast over de suggesties in dier verhaal die niet werkelijk tot overleven van vogelstand zal leiden/lijden. Ik denk dit lezende dat dit ook niet de bedoeling is van de opdracht schrijver!? Let wel! vos is maar één reden die zeker waar is, maar verre staat van de inrichting en bewerking van weidegebied en de gevolgen daarvan voor de vogelstand. Triest om genoemde argumenten te gebruiken ter rechtvaardiging van eigen handelen. Op naar de stille lente als we samen niet verder komen dan alleen met deze argumenten te komen. Succes .

  3. Theophile schreef:

    Complimenten voor de bijeenkomst over wetenschap, communicatie en (landbouw)beleid.
    Wat oa opviel :

    * het besef dat communicatie heel belangrijk is-
    * de machteloosheid bij geraffineerde beelden ( plofkip)
    (oude truc, eerder waren het de plofflessen van Exota – dat later totaal onzinnig bleek; net zoiets als zure regen)
    remedie: met humor met het beeld aan de gang gaan; bijv door uitvergroting of door associaties waardoor het belachelijke benadrukt wordt, Lubach style (plofkippen onder het wapenembargo?)
    Of “natuurverbindingen zijn snelwegen voor de natuur” ( o, ja is dat nodig? gaan de kikkers binnenkort ook forenzen naar Den Haag, attachékoffertje met papieren in de hand?)

    Overigens: de handel is er niet vies van om kippen met water te verzwaren
    ook een oude truc: voorheen werd er water bij de melk gedaan; dat heeft lang geleden tot het Water en Melk arrest van de Hoge Raad geleid; de sector zelf heeft in de periode van globaal 1905-1909 de totstandkoming van de controle stations voor Zuivel en Boter bewerkstelligd. (Gouden medaille door de minister uitgereikt – de uitgelopen bevolking kwam eigenlijk vooral om de auto eens goed te bekijken) En nu is de wereldmarkt doordrongen van de kwaliteit van de Nederlandse zuivel.

    * het binnen gericht zijn , bijv. denken dat trots op jezelf goed zal scoren;
    trots is in onze cultuur echter niet iets om uit te dragen, want “hoogmoed komt voor de val” – trots naar buiten tonen leidt tot : “de macht van het groene front moet gebroken worden” . Daarmee is indertijd het om zeep helpen van het Landbouwschap gelegitimeerd.
    trots mag je zijn, maar dat is een innerlijke kracht, die je gaande houdt.
    NB, “be good and tell it” is net iets anders; en de manier van vertellen is daarbij heel belangrijk. Met bescheidenheid en laten zien wat er gedaan moet worden om succes te hebben, en altijd met het gezicht naar de samenleving. Het “maatschappelijke contract” tussen het boerenberoep en de samenleving houdt immers in dat er sprake moet zijn van wederzijdse dienstbaarheid: : boer krijgt meer grond dan miljoenen anderen, en in ruil daarvoor zorgt de boer voor voedsel tegen een betaalbare prijs, veiligheid en toezicht op het platteland, de waterhuishouding in het landelijk gebied, volks- en diergezondheid, ook weer heel belangrijk voor de omringende stedelijke gebieden. Laat het zien! En met humor! De krant? De lezersaantallen nemen af, de social media zijn al veel belangrijker geworden. . Met zorg hoor ik dat bestuurders hun verbazing uitspreken over de meegaandheid van de boeren, zelfs zo dat ze gerust anderen eruit knikkeren en al doende de sector ophangen met de gedachte dat de een zijn dood de ander zijn brood is. Zo druk met elkaar bezig dat men vergeet te communiceren met de buitenwereld. De vraag zou dan ook m.i. niet moeten zijn of we Calimero zijn, maar waarom de maatschappij zo met ons omgaat als inderdaad gebeurt en hoe de sector zich daarin kan opstellen en waarom die moeite gedaan moet en kan worden, waar en hoe.
    Die meer fundamentele vraag is niet aan de orde gekomen.. Wordt het eens niet tijd voor een “missie- statement” van de sector?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *