Onderzoek en Beleid | Premium

Effect hoog grondwaterpeil op bedrijfsvoering en emissies veenweiden

Wat betekent een grondwaterstand van 20 cm onder maaiveld voor de bedrijfsvoering op een melkveebedrijf in het veenweidegebied? En hoe groot is de broeikasgasbeperking? Op de Hoogwaterboerderij op KTC Zegveld werden vanaf 2020 de effecten onderzocht van hoog grondwater op de bedrijfsvoering en op de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen.

Door Jeroen Pijlman, Nyncke Hoekstra (Louis Bolk Instituut), Nick van Eekeren (Louis Bolk Instituut, WUR) en Wim Honkoop (PPP-Agro Advies)

Een grondwaterstand het hele jaar van 10 tot 20 cm onder het maaiveld leidt op veengrond tot een minimale uitstoot van broeikasgasemissies uit de bodem, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek (Jurasinski et al., 2016; Evans et al., 2021; Aben et al., 2024). Maar wat betekent een hoge grondwaterstand voor een melkveebedrijf op veen? Om die vraag te beantwoorden is in 2020 een systematische vergelijking gestart tussen drie bedrijfssystemen: één systeem met Holstein-koeien en een reguliere grondwaterstand (slootwaterpeil circa 45 cm onder maai­veld en geen waterinfiltratiesysteem (WIS) – HF-L), en twee systemen met óf Holstein- óf Jersey-koeien en een hoge streefgrondwaterstand (20 cm onder maaiveld en WIS) – HF-H en J-H).

Met een waterinfilratiesysteem wordt de grondwaterstand verhoogd (links). Rechts KTC Zegveld. De Hoogwaterboerderij is gevestigd op het Kennis Transfer Centrum. (Foto: Veenweide Innovatiecentrum)

De keuze voor Jersey-koeien kwam voort uit de vraag of dit koeras mogelijk beter past in een bedrijfsvoering met een hoge grondwaterstand. De veebezetting van het Jersey-bedrijf was hoger, omdat Jerseys kleiner en lichter zijn dan Holstein-koeien. Echter, uitgedrukt in kilogrammen metabool gewicht per hectare (een maat voor de hoeveelheid metabool actieve weefsels) was de veebezetting gelijk met de Holstein-bedrijfssystemen. Daarnaast werd op de verschillende bedrijfssystemen evenveel kunstmest gegeven (80 kg N per hectare). Drijfmestgiften konden licht verschillen door een andere mestsamenstelling (circa 225 kg N per hectare bij aanvang van het onderzoek).

De stikstof- en fosfaatkringlopen van de bedrijfssystemen zijn in beeld gebracht met de Kringloopwijzer (versie 2024.13). Hiervoor zijn, naast de gebruikelijke gegevens, in detail de hoeveelheid weidegang, de graskuilaanleg en het ruwvoer-, krachtvoer-, drijfmest- en kunstmestgebruik bijgehouden (onder andere via weegbrugmetingen en extra analyses). Daarnaast is Somers 2.0 van het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) gebruikt om de broeikasgasemissies uit de veenbodem te schatten. Het NOBV meet broeikasgassen uit veenbodems op meerdere plaatsen in Nederland, waaronder op een van de percelen van de Hoogwaterboerderij.

Alle cijfers in dit artikel zijn vierjarige gemiddelden (2021-2024), tenzij anders aangegeven. De gevonden resultaten gelden specifiek voor de onderzochte bedrijfssystemen.

Holsteins: hoog versus laagwater

Op het Holstein-bedrijfssysteem met de hoge grondwaterstand was de graslandproductie gemiddeld bijna 300 kg droge stof per hectare lager (3 procent), en waren de KVEM-productie van het grasland en het ruweiwitgehalte van het gras gemiddeld vijf procent lager, dan op het bedrijfssysteem met reguliere ontwatering (zie tabel 1). Op het bedrijfssysteem met hoge waterstand was het verschil in grasgroei met de reguliere ontwatering kleiner dan op het Jersey-bedrijfssysteem (11 procent).

Ondanks de verschillen in grasgroei was de meetmelkproductie per hectare gelijk bij de hoge en lage grondwaterstand. Dit kwam door een grotere compensatie met aangekocht ruw- en krachtvoer op het bedrijfs­systeem met de hoge grondwaterstand. De aanvullingen in het rantsoen waren nodig om de koeien van het op gras gebaseerde rantsoen in conditie te houden. Als wordt aangenomen dat elke procent eiwit of VEM in het rantsoen dezelfde bijdrage gaf aan de meetmelkproductie, dan was de productie uit eiwit of VEM van eigen land 5 à 6 procent lager bij de hoge grondwaterstand. Dit is redelijk in lijn met de lagere grasproductie die is gemeten op afgerasterde maaiplotjes bij de hogere grondwaterstand waar rij- en vertrappingsschade verwaarloosbaar waren (zie Hoekstra et al. in V-focus september 2025). Dit duidt erop dat extra opbrengst­derving van het hoge grondwaterpeil door vertrappingsschade en andere weideverliezen beperkt was.

Wel waren de verschillen tussen reguliere ontwatering en de hoge grondwaterstand vooral in het natte jaar 2024 groter dan in de andere jaren. Dit jaar had een uitzonderlijk nat groeiseizoen waardoor er minder maar zwaardere grasoogsten waren en er minder beweiding plaatsvond, wat gunstig was voor de drogestofproductie van het grasland en ongunstig voor de graskwaliteit (gras met een lager gehalte VEM en ruw eiwit). In de drogere jaren waren er slechts kleine verschillen in weidedagen, maaidata en graskwaliteit tussen de hogere en lagere grondwaterstand.

Jersey versus Holstein bij hoogwater

De grasgroei op basis van de Kringloopwijzer op het bedrijfssysteem met Jersey-koeien was, tegen de verwachting in, circa 750 kg droge stof per hectare lager dan op het Holstein-hoogwaterbedrijfssysteem.

Er zijn hiervoor meerdere verklaringen mogelijk. Bij het Jersey-bedrijfssysteem was de berekende weidegrasopname vergelijkbaar met die van Holstein-koeien bij de hoge grondwaterstand, ondanks de lagere grasgroei. Dat komt mogelijk doordat de wat actievere Jerseys gemiddeld meer tijd besteedden aan beweiding, wat een hogere weidegrasopname kan geven. Maar actievere koeien kunnen meer vertrappingsschade opleveren, wat juist negatief is voor de grasgroei. Ook kan de lagere grasgroei bij de Jersey’s samenhangen met de rekenregels van de Kringloopwijzer. Die rekent namelijk met een groter verschil in lichaamsgewicht tussen Holstein-koeien en Jersey-koeien dan er in werkelijkheid was, waardoor de verschillen in weidegrasopname tussen Jersey en Holstein kan zijn onderschat.

Kringlopen en ammoniak

Op het Holstein-bedrijfssysteem met de hoge grondwaterstand was de stikstof- en fosfaataanvoer wat hoger dan op het bedrijfssysteem met reguliere ontwatering (zie tabel 2). Dat kwam met name door de hogere ruwvoeraanvoer als compensatie voor de lagere grasgroei en -kwaliteit. Omdat meetmelkproducties per hectare gelijk waren op beide bedrijfssystemen, geldt dat ook voor stikstof- en fosfaatafvoer via melk. Dit betekent dat de bodemoverschotten licht stegen bij de hoge grondwaterstand.

De fosfaatoverschotten zijn overigens deels negatief omdat de bodemlevering van fosfor niet is meegerekend als bodemaanvoer. Voor de stikstofkringloop waren veranderingen complexer: het 5 gram per kg lagere eiwit­gehalte in het rantsoen had een klein gunstig effect op ammoniakemissies: die daalden met 2 kg per hectare. Ook lachgasemissies in de stal en mestopslag daalden hierdoor met 2 procent. Echter, door een lagere grasgroei en -kwaliteit was de stikstofopname vanaf de bodem lager, en nam per saldo het stikstofbodemoverschot toe, wat een grotere uit- en afspoeling kan geven.

Op het Jersey-bedrijfssysteem met de hoge grondwaterstand waren er soortgelijke verschuivingen in de stikstof- en fosfaatkringloop als op het Holstein-bedrijfssysteem met reguliere ontwatering. Met name omdat het Jersey-bedrijfssysteem relatief de grootste ruwvoeraanvoer had, stegen de bodemoverschotten van stikstof- en fosfaat bij dit bedrijfssysteem relatief het meest.

Broeikasgasemissies

Het Holstein-bedrijfssysteem met de hoge grondwaterstand had netto 16 procent lagere broeikasgasemissies per hectare en per kilo meetmelk dan het bedrijfssysteem met reguliere ontwatering, vooral als gevolg van het beperken van CO2-emissies uit de bodem (zie tabel 3). Hierbij is aangenomen dat de hoge grondwaterstand geen effect heeft op methaan- en lachgasemissies uit de bodem. Dat lachgasemissies uit de bodem en sloot 2 à 3 procent lager zijn berekend, is het gevolg van een gemiddeld kleinere stikstofaanvoer uit weide- en kunstmest bij deze systemen. Emissies uit aangevoerd voer en extern geproduceerde kunstmest, het energiegebruik en methaan uit pensfermentatie waren juist hoger bij de hogere grondwaterstand. Dit komt vooral door de grotere ruwvoeraanvoer per hectare, waardoor de broeikasgasproducties van de teelt buiten het bedrijf stijgen.

Ook het energieverbruik was hoger, onder andere door het relatief grotere aandeel kuilgras ten opzichte van weidegras in het rantsoen bij de hoge grondwaterstand. Het voeren van kuilgras vraagt dieselverbruik, wat niet nodig is als koeien zelf weidegras opnemen. Ook de methaanemissie uit pensfermentatie is hoger, een gevolg van relatief minder weidegras ten opzichte van kuilgras in het rantsoen, en een minder goede kwaliteit van het kuilgras.

Lachgasemissies uit de stal en mestopslag waren juist lager, vooral door de gemiddeld lagere eiwitgehaltes in het rantsoen bij de hoge grondwaterstand.

Op het Jersey-bedrijfssysteem bij de hoge grondwaterstand waren er soortgelijke verschuivingen in de broeikasgasemissies. Daar was de netto broeikasgasemissie 15 procent lager dan bij het Holstein-bedrijfssysteem met reguliere ontwatering.

Conclusies

  • De graslandproductie op basis van de Kringloopwijzer was 3 procent lager en gras-ruweiwitgehalten waren gemiddeld 5 procent lager op het Holstein-bedrijfssysteem met de grondwaterstand van 20 cm onder maaiveld tegenover reguliere ontwatering. Op het bedrijfssysteem met Jersey-koeien was de grasproductie 11 procent lager. De melkproductie uit eiwit of VEM van eigen land was 5 à 6 procent lager bij de hoge grondwaterstand.
  • De streefgrondwaterstand van 20 cm onder maaiveld leidde gemiddeld tot 15 à 16 procent lagere netto broeikasgasemissies en 4 à 10 procent lagere ammoniakemissies. De broeikasgasdaling kwam vooral door lagere bodememissies. Broeikasgasemissies gerelateerd aan voeraankopen stegen echter.
  • Bodemoverschotten van stikstof (8 à 13 kg per hectare) en fosfaat (5 à 8 kg per hectare) namen echter wel toe, wat met name voor stikstof meer verliezen vanuit de bodem kan betekenen.
  • Dit onderzoek geeft inzicht in de te ver­wach­ten effecten van een grondwaterstandverhoging op andere bedrijven, maar omdat ze bedrijfsspecifiek zijn kunnen ze niet een-op-een doorvertaald worden.
Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

V-focus Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven?