Berichtenoverzicht

‘Vuist op tafel vraagt goed plan’

Allard Andela is secretaris van de stichting Samenleving, Natuur en Landbouw. SLN publiceerde het boek ‘Eerlijke verhalen van boeren en burgers’ met interviews met deskundige boeren en burgers.


‘Vuist op tafel vraagt goed plan’

16 jul 2024

Allard Andela is secretaris van de stichting Samenleving, Natuur en Landbouw. SLN publiceerde het boek ‘Eerlijke verhalen van boeren en burgers’ met interviews met deskundige boeren en burgers.

Wat vindt u binnen het dossier stikstof en natuur sterke punten uit het Hoofdlijnenakkoord van de coalitiepartijen?

“Ik ben blij met de intentie om het belang van rekenmodellen Aerius en Iteratio af te bouwen. De uitgangspunten ervan zijn niet democratisch gekozen en niet wetenschappelijk onderbouwd; daarmee wordt de natuur niet geholpen. De Commissie Hordijk heeft dat benadrukt, het staat zelfs in de disclaimer van het RIVM. De vorige regering heeft daar niet op geacteerd. Ik vind dat vreemd. Richtlijnen aanpassen aan nieuwe inzichten en ontwikkelingen is in Brussel juist de norm. Een sterk punt in het verlengde hiervan vind ik de intentie om met moderne technologie te meten in de natuur, zodat we de werkelijke staat van de natuur kunnen bepalen en effectievere beschermings- en versterkingsmaatregelen kunnen nemen.”

Wat vindt u een onrealistisch speerpunt?

“Met de vuist op tafel slaan in Brussel kan alleen als er een goed en onderbouwd plan uit die vuist komt. Dat in Brussel niet te praten valt, is niet waar. Er wordt altijd geluisterd naar goed onderbouwde wensen van lidstaten. Als je onverrichter zaken huiswaarts keert, had je dus geen goed plan. Van Brussel krijgen lidstaten de opdracht problemen op te lossen, de invulling is aan de nationale overheden. Zo zijn de normen voor waterkwaliteit door de waterschappen vastgesteld en bepaalt LNV de stikstofnorm voor Natura 2000-gebieden. Een positief, maar uitdagend punt uit het akkoord vind ik daarom ‘geen kop op Europese regels en normen’.”

Waarom is dat uitdagend? Wat is nog meer uitdagend?

“Harmoniseren van normen, bijvoorbeeld voor waterkwaliteit, vraagt om alle politieke neuzen in dezelfde richting. In waterschapsbesturen zitten deels mensen die de huidige demissionaire regeringspartijen vertegenwoordigen. Die hebben mogelijk niet de politieke wil om het spoor van het nieuwe kabinet te volgen. Zeer uitdagend is bijvoorbeeld ook versnelde groei van de biologische landbouw, omdat de consument geen gezondere, maar duurdere producten wil kopen. De consument sturen is lastig. Ook het niet importeren van voedsel dat conform lagere standaards is geproduceerd, zie ik als uitdagend. De positie van de Nederlandse agro- en voedselsector is verstrengeld in politieke, sociaaleconomische en handelsbelangen. Hieraan kun je niet vanuit enkel ecologisch oogpunt morrelen. Er liggen verdragen aan ten grondslag die over meer gaan dan landbouw en voedsel. Niet meer importeren betekent dat onze bloemen of elektronische chips niet meer worden afgenomen.”

ForFarmers neemt Van Triest Veevoeders over

ForFarmers heeft een overeenkomst gesloten met betrekking tot de overname van Van Triest Veevoeders (Van Triest), gespecialiseerd in het verhandelen van reststromen.


ForFarmers neemt Van Triest Veevoeders over

1 jul 2024

ForFarmers heeft een overeenkomst gesloten met betrekking tot de overname van Van Triest Veevoeders (Van Triest), gespecialiseerd in het verhandelen van reststromen.

De overname betreft de in- en verkoopactiviteiten, inclusief de bijbehorende op- en overslagfaciliteiten en transportmiddelen. ForFarmers is, onder de naam CirQlar, reeds actief in het leveren en verwaarden van reststromen op  locaties in Lochem en Heijen.

Van Triest in Hoogeveen en Coevorden is sinds 1959 actief in het verhandelen van reststromen. De onderneming heeft afnameovereenkomsten voor dergelijke producten met bierbrouwerijen, de suiker-, bio-ethanol-, graanverwerkende-en aardappelverwerkende industrie en, voor wat betreft ruwvoeders, met veel landbouwers. De producten, zoals bierbostel, aardappelpersvezels, kuilmais en perspulp worden verkocht aan circa 3.500 boeren vooral in Nederland maar ook in België en Duitsland. Van Triest verhandelt jaarlijks ruim 1 miljoen ton aan reststromen en heeft 90 medewerkers.

De directie van Van Triest zal na afronding van de (ver)koopovereenkomst actief betrokken blijven.

Nieuwe wolvenwet in Frankrijk

Frankrijk heeft nieuwe wetgeving over de wolf. De landelijke telmethode wordt aangepast en de procedure en voorwaarden voor afschot worden vereenvoudigd. Grofweg sluit het nieuwe vijfjarenplan aan bij het eerder gepresenteerde plan.


Nieuwe wolvenwet in Frankrijk

25 jun 2024

Frankrijk heeft nieuwe wetgeving over de wolf. De landelijke telmethode wordt aangepast en de procedure en voorwaarden voor afschot worden vereenvoudigd. Grofweg sluit het nieuwe vijfjarenplan aan bij het eerder gepresenteerde plan.

Frankrijk is voorstander van een lagere beschermingsstatus van de wolf. Reden is dat de Franse wolvenpopulatie groot genoeg wordt geacht om toekomstbestendig te zijn. De beschermingsstatus van de wolf ligt echter vast in het Europese Verdrag van Bern. De nieuwe Franse plannen passen binnen dit verdrag. Momenteel wordt in 19 procent van de gevallen van wolfaanvallen bij beschermde dieren afschot verleend – in het nieuwe plan wordt afschot vaker vergund als bescherming van de prooidieren niet realiseerbaar is. Deze vergunningen worden binnen 48 uur verstrekt. De vergoedingen voor schade en preventieve maatregelen gaan omhoog met een kwart tot een derde en er start onderzoek naar nieuwe preventie­methoden, zoals gebruik van feromonen en drones. In de eerste twee maanden van 2024 werden acht wolven geschoten in Frankrijk, wat onder het oude plafond van 19 procent ligt.

Nieuwe telmethode

Op basis van waarnemingen van sporen door 4.000 waarnemers, berekent een model hoeveel wolven er in Frankrijk leven. Deze methode stuitte vooral in het oosten van Frankrijk op kritiek, omdat het werkelijke aantal wolven ver onderschat zou worden. Het nieuwe wolvenplan voorziet in andere telmethoden waarin meer agrariërs worden opgeleid om waar te nemen en nieuwe observatie-initiatieven, zoals tellen met drones, worden beoordeeld op inzetbaarheid.

Antibioticagebruik stabiliseert in de meeste diersectoren

Het gebruik van antibiotica is in 2023 in de meeste veehouderijsectoren gestabiliseerd. Dat meldt de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) in haar nieuwe jaarlijkse rapport. De melkgeiten-, pluimvee-, rundvee- en varkenssector hebben gebruikspatroon vergelijkbaar met dat van vorig jaar. Het gebruik in de kalkoensector is in 2023 gedaald met 34,2 procent. Het antibioticumgebruik in de kalversector en […]


Antibioticagebruik stabiliseert in de meeste diersectoren

19 jun 2024

Het gebruik van antibiotica is in 2023 in de meeste veehouderijsectoren gestabiliseerd. Dat meldt de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) in haar nieuwe jaarlijkse rapport.

De melkgeiten-, pluimvee-, rundvee- en varkenssector hebben gebruikspatroon vergelijkbaar met dat van vorig jaar. Het gebruik in de kalkoensector is in 2023 gedaald met 34,2 procent. Het antibioticumgebruik in de kalversector en konijnensector is gestegen met respectievelijk 7,6 procent en 8,5 procent ten opzichte van het gebruik in 2022.

De verkoop van antibiotica is in 2023 met 4,5 procent gestegen ten opzichte van 2022. De daling ten opzichte van het door de overheid aangewezen referentiejaar 2009 is nu 76,4 procent. De verkoop van antibiotica die als laatste redmiddel worden ingezet bij de mens is stabiel en laag.

Dierenartsen werkzaam bij reguliere vleeskuikens, speenbiggen, vleeskalveren (alle diercategorieën) en kalkoenen laten nog vrij grote verschillen in voorschrijfpatroon zien. Hier lijken volgens de SDa kansen te liggen om de verschillen in voorschrijfpatroon te verkleinen. Het meer gestructureerd inrichten van intervisie, zoals dat plaatsgevonden heeft in de varkenssector om het colistinegebruik terug te dringen, zou daartoe kunnen bijdragen.

‘PAS-Melders nog steeds in de knel na vijf jaar onzekerheid’

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat de PAS-melders in de illegaliteit terechtkwamen na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019. Sindsdien verkeren ruim drieduizend boeren nog steeds in onzekerheid door bureaucratische obstakels.


‘PAS-Melders nog steeds in de knel na vijf jaar onzekerheid’

14 jun 2024

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat de PAS-melders in de illegaliteit terechtkwamen na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019. Sindsdien verkeren ruim drieduizend boeren nog steeds in onzekerheid door bureaucratische obstakels.

Ondanks de belofte van de overheid om de situatie te verhelpen, worden legalisatieverzoeken steeds vaker om futiele redenen afgewezen. Legalisatieverzoeken kunnen worden afgewezen omdat destijds in de registratie is aangegeven dat de feitelijk bestaande situatie werd gemeld. De overheid vindt dit nu geen ‘wijziging ten opzichte van de referentiesituatie’.

Het probleem hierbij is dat legalisatieverzoeken geen officiële procedures zijn. Als je het er niet mee eens bent, kun je geen bezwaar maken. Je kunt alleen je gelijk afdwingen door illegaal te blijven en bij toekomstige dwangsommen naar de rechter te stappen. Dit is niet de houding die je mag verwachten van een overheid die haar fout erkent en belooft het probleem op te lossen. In alle gevallen kon de PAS-melder destijds niet anders dan een melding doen. De melders hebben dus te goeder trouw gehandeld.

Huidige problematiek

Het huidige probleem is tweeledig. Ten eerste zijn de boeren zonder vergunning illegaal, wat hen belemmert in hun bedrijfsvoering. Ontwikkelingen stagneren, er wordt geen vergunning verleend en financiering is moeilijk te verkrijgen. Ten tweede worden er onvoldoende concrete stappen genomen om de beloofde stikstofruimte vrij te maken. Vorige maand was de tussenstand dat voor slechts zeven PAS-melders inmiddels voldoende stikstofruimte was gevonden. Hierdoor blijven boeren in onzekerheid.

Oplossingsrichtingen

De overheid zal haar verantwoordelijkheid moeten nemen door versneld en pragmatisch te handelen om de vergunningsproblematiek van de PAS-melders op te lossen. Het afgeven van voorlopige vergunningen is niet mogelijk. Een andere benadering, zoals het toepassen van feitelijke compensaties van de stikstofdepositie, bijvoorbeeld door landbouwgrond in de buurt van natuurgebieden tijdelijk niet meer te bemesten, is wellicht een beter alternatief. Dit gebeurt al in Overijssel en helpt de druk van de handhavingsdossiers te verminderen, maar het is geen structurele oplossing.

Duidelijk plan

Er moet een robuust en effectief plan komen voor het vrijmaken van stikstofruimte, zodat de boeren weer perspectief krijgen. Dit vergt dat de overheid concrete en haalbare maatregelen neemt om de beloofde stikstofruimte daadwerkelijk beschikbaar te maken. Alleen dan kunnen de PAS-melders uit hun huidige impasse worden gehaald en weer met vertrouwen naar de toekomst kijken.

Tekst: Jeroen van Boxmeer – DLV Advies

Frankrijk: nieuwe strategie reductie gebruik gewasbeschermingsmiddelen uitgebracht

De Franse regering heeft op 6 mei 2024 de nieuwe strategie Ecophyto 2030 voor de vermindering van gewasbeschermingsmiddelen uitgebracht. Deze strategie sluit meer aan bij de algemene EU-lijn dan de vorige. 


Frankrijk: nieuwe strategie reductie gebruik gewasbeschermingsmiddelen uitgebracht

1 jun 2024

De Franse regering heeft op 6 mei 2024 de nieuwe strategie Ecophyto 2030 voor de vermindering van gewasbeschermingsmiddelen uitgebracht. Deze strategie sluit meer aan bij de algemene EU-lijn dan de vorige. 

Het doel van de strategie is om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de risico’s daarvan in 2030 met 50 procent verminderd te hebben vergeleken met 2011-2013. Dit moet gebeuren met een aanpak gebaseerd op anticipatie, innovatie, meer middelen voor ondersteuning en de ontwikkeling van niet-chemische alternatieven.

Er zullen bijeenkomsten worden georganiseerd met als doel specifieke problemen op te lossen die boeren nu al ondervinden. Deze bijeenkomsten moeten het mogelijk maken om overgangsmaatregelen te nemen als antwoord op deze moeilijkheden en moeten helpen om economisch duurzame alternatieve oplossingen te vinden. 

Daarnaast komt er een gestructureerd plan voor het anticiperen op het mogelijk uit de handel nemen van werkzame stoffen in Europa en de ontwikkeling van alternatieve technieken voor gewasbescherming. Het doel van dit plan ‘Parsada’ is om zich voor te bereiden en nieuwe technische impasses te voorkomen. Voor dit plan is 146 miljoen euro vrijgemaakt. Een belangrijk aspect is ook dat Frankrijk zich aansluit bij de in de EU geharmoniseerde risico-indicator 1 (HRI1), en dus afscheid neemt van de eigen indicator voor de meting van reductie van gebruik (NODU).   

Er wordt in Ecophyto 2030 veel aandacht besteed aan de preventie van humane gezondheidsrisico’s op landbouwbedrijven als gevolg van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Daarom worden er ook educatieve initiatieven genomen. Ook wordt een informatietool over de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen verspreid. De regionale autoriteiten zullen eigen actieplannen opstellen voor de lokale toepassing van Ecophyto 2030. 

De eerdere maatregelen van de Franse regering uit 2017 zorgden voor het eerst sinds 2009 voor een daling in het gebruik van synthetische gewasbeschermingsmiddelen. Er is een dalende trend in de verkoop van werkzame stoffen en een stijging in de verkoop van in de biologische landbouw toegestane stoffen. De algemene doelstelling (afname van 50 procent) is al bereikt voor niet-agrarisch gebruik en het agrarisch gebruik van de gevaarlijkste stoffen die geleidelijk van de markt zijn gehaald.

Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit – Foto: Franz W. op Pixabay

‘Geen ranking noodzakelijk bij Lbv regeling’

Vorige maand kondigde RVO al aan dat het budget voor de Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en Lbv-plus is verhoogd met bijna 1,45 miljard euro. Deze uitbreiding zorgt ervoor dat aanvragen voor de Lbv niet langer gerangschikt worden, waardoor veel veehouders eindelijk zekerheid krijgen.


‘Geen ranking noodzakelijk bij Lbv regeling’

30 mei 2024

Vorige maand kondigde RVO al aan dat het budget voor de Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en Lbv-plus is verhoogd met bijna 1,45 miljard euro. Deze uitbreiding zorgt ervoor dat aanvragen voor de Lbv niet langer gerangschikt worden, waardoor veel veehouders eindelijk zekerheid krijgen.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gaat beginnen met het versturen van beslissingen. Aanvragers ontvangen hun beslissing uiterlijk op 1 juni 2024. Door het extra budget is de eerdere sectorale verdeling van de middelen – 115 miljoen euro voor varkenshouderijen, 115 miljoen euro voor pluimveehouderijen en 270 miljoen euro voor melkveehouderijen – niet langer noodzakelijk.

Deze herverdeling was een belangrijke kwestie, vooral voor de varkenshouderij. Eind vorig jaar al benadrukte Marco Hol, specialist stikstofregelingen, dat de schotten tussen de sectoren in de Lbv-regeling moesten verdwijnen, omdat het budget voor de varkenssector ontoereikend was. Op 25 november 2023 stelde hij dat er meer dan 100 varkenshouders waren die wilden deelnemen aan de opkoopregeling, terwijl er slechts budget was voor maximaal 60 bedrijven.

Tot nu toe hebben 1419 veehouderijlocaties zich aangemeld voor de Lbv en Lbv-plus regelingen. De Lbv-plus richt zich op piekbelasters die de meeste belasting op Natura 2000-gebieden veroorzaken, terwijl de Lbv zich richt op locaties die boven een vastgestelde drempelwaarde voor stikstofuitstoot uitkomen.

Voor melkveehouders en pluimveehouders bleek het budget voldoende, maar voor varkenshouders was de situatie nijpend. Marco Hol legde uit dat het gemiddelde waarderingsbedrag voor een varkenslocatie inclusief varkensrechten rond de 2 miljoen euro lag, waardoor het eerdere budget van 115 miljoen euro slechts plaats bood aan een kleine 60 varkenshouders. Dit benadrukte de noodzaak voor een verhoogd en flexibeler budget.

Voor de Lbv-plus betekent de verhoging van het budget dat RVO weer positieve beslissingen heeft verstuurd, ook de aanvraagperiode is verlengd tot en met 20 december 2024.

Met deze wijzigingen komt er een belangrijke verlichting voor veel veehouders die hun bedrijf willen beëindigen of aanpassen, en biedt het hen de nodige duidelijkheid en zekerheid voor de toekomst.

Tekst: Marco Hol – DLV Advies

‘60 tot 70 procent planteiwit’

Het Wereld Natuur Fonds Nederland (WWF-NL) gaat voorlichting geven over duurzame voedselconsumptie, omdat het voedselsysteem de grootste bedreiging voor de biodiversiteit vormt. Sinds 2021 zet Corné van Dooren van het WWF zich in voor deze voedseltransitie.


‘60 tot 70 procent planteiwit’

13 mei 2024

Het Wereld Natuur Fonds Nederland (WWF-NL) gaat voorlichting geven over duurzame voedselconsumptie, omdat het voedselsysteem de grootste bedreiging voor de biodiversiteit vormt. Sinds 2021 zet Corné van Dooren van het WWF zich in voor deze voedseltransitie.

U looft de nieuwe Duitse ‘schijf van vijf’ omdat deze de hoeveelheid voedsel van dierlijke herkomst in gewicht in plaats van in procenten aangeeft. Waarom is dat relevant?

“Dierlijke producten bevatten verhoudingsgewijs veel eiwit. Het aandeel eiwit in procenten uit dierlijke producten in een menu, is aanzienlijk groter dan het aandeel voedsel van dierlijke herkomst in gewicht. In Nederland is ongeveer 60 procent van het humaan geconsumeerde eiwit dierlijk. De Nederlandse schijf, die dateert uit 2016, adviseert dat maximaal de helft van het eiwit dat je inneemt van dierlijke herkomst is. Voor een menu dat past binnen de grenzen van klimaat en natuur, bepleit ik dat 60 tot 70 procent van het eiwit van plantaardige oorsprong is. Dat is waar de nieuwe Duitse schijf van vijf op afstevent.”

Die Duitse schijf van vijf bevat geen zuivel- en vleesvervangers. Hebben die geen plek in ons toekomstig menu?

“Dat alternatieven er niet op staan, zegt niet dat vegetarisch of veganistisch eten geen mogelijkheid is. Vanwege enkele kanttekeningen is een volledig plantaardig dieet niet zonder meer aanbevolen. Bij een volledig plantaardig dieet moet worden gelet op verrijking met calcium, ijzer en vitamine B12. Daarnaast bevatten alternatieven soms overmatig veel zout.”

Is het toeval dat het optimale dieet past binnen de planetaire grenzen?

“Het internationale Eat Lancet-menu komt voort uit een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Daarin beschrijven onderzoekers hoe het voedingspatroon van de wereldbevolking eruit kan zien binnen de grenzen van de aarde, wat betreft bijvoorbeeld broeikasgasemissies en landgebruik. Dan blijkt dat het aandeel dierlijk voedsel omlaag moet en dat van plantaardig omhoog. De wetenschappers adviseren dit menu per land te berekenen.

“Dat heeft het Wereld Natuur Fonds voor Nederland gedaan. Daarin zijn ook grenzen voor stikstofoverschot, fosfaattoepassing, watergebruik en biodiversiteit meegenomen. Dan blijkt dat zonder verspilling, overconsumptie en competitie tussen voer en voedsel, iedereen in Nederland in 2050 genoeg en gezonder kan eten binnen de gestelde grenzen – beter haalbaar zelfs dan het EAT Lancet-menu. Wel onder voorwaarde dat landbouwopbrengsten bij klimaatverandering op niveau blijven. Daarom is het belangrijk over enkele jaren te checken of we op schema zijn.”