Berichtenoverzicht

Russische activiteiten Nestlé onder staatsbeheer

De Russische president Vladimir Poetin heeft de Russische activiteiten van voedingsmiddelen- en zuivelconcern Nestlé onder tijdelijk extern beheer geplaatst. Daardoor blijft Nestlé formeel eigenaar, maar verliest het concern voorlopig de zeggenschap over zijn Russische bedrijven. De maatregel past binnen een regeling uit 2023 waarmee Moskou bezittingen van bedrijven uit zogenoemde ‘onvriendelijke landen’ kan overnemen. Rusland […]


Russische activiteiten Nestlé onder staatsbeheer

18 sep 2026

De Russische president Vladimir Poetin heeft de Russische activiteiten van voedingsmiddelen- en zuivelconcern Nestlé onder tijdelijk extern beheer geplaatst. Daardoor blijft Nestlé formeel eigenaar, maar verliest het concern voorlopig de zeggenschap over zijn Russische bedrijven.

De maatregel past binnen een regeling uit 2023 waarmee Moskou bezittingen van bedrijven uit zogenoemde ‘onvriendelijke landen’ kan overnemen. Rusland presenteert dit beleid als antwoord op westerse sancties en de bevriezing van Russische tegoeden. Eerder werden onder meer Danone en Carlsberg op deze manier onder tijdelijk beheer geplaatst. Tegelijk met de activiteiten van Nestlé, zijn ook de activiteiten van de Franse supermarktketenketen Auchan ondergebracht bij een Russische beheerder.

Nestlé zegt in een statement de situatie en zijn juridische mogelijkheden te beoordelen. Het concern heeft zes fabrieken en meer dan 7.000 werknemers in Rusland. Hoewel officieel sprake is van tijdelijk beheer en niet van nationalisatie, kan de ingreep uiteindelijk leiden tot een gedwongen verkoop aan een Russische partij.

Dit bericht is geschreven op basis van een artikel op Swissinfo.ch

Dirksen Management Support naar DLV Advies

DLV Advies neemt Dirksen Management Support over. Voormalig directeur-eigenaar en de medewerkers van DMS treden bij DLV Advies in Dienst. 38 jaar geleden richtte Hans Dirksen DMS op, een adviesdienst voor de melkveehouderij. DLV omarmt naar eigen zeggen de innovatiekracht en de data gedreven werkwijze van DMS. DMS begeleidt veel studiegroepen en dat wordt volgens […]


Dirksen Management Support naar DLV Advies

14 sep 2026

DLV Advies neemt Dirksen Management Support over. Voormalig directeur-eigenaar en de medewerkers van DMS treden bij DLV Advies in Dienst.

38 jaar geleden richtte Hans Dirksen DMS op, een adviesdienst voor de melkveehouderij. DLV omarmt naar eigen zeggen de innovatiekracht en de data gedreven werkwijze van DMS. DMS begeleidt veel studiegroepen en dat wordt volgens het persbericht op vertrouwde wijze voortgezet in 2027. Studiegroepen sluiten volgens het bericht van DLV Advies goed aan bij de manier waarop zij kennis wil delen: praktisch, onafhankelijk en vanuit de kracht van ondernemers die van elkaar leren.

EU-handelsoverschot agrovoedingsproducten groeit in eerste helft 2026

De cumulatieve EU-export van agro- en voedingsproducten in de eerste helft van 2026 daalde met twee procent. De sterkste afname deed zich voor bij de export naar de Verenigde Staten, na de hoge exportniveaus in 2025.Cacaoproducten, olijfolie en varkensvlees zorgden vooral voor de krimp in de export. Voor varkensvlees waren de kleinere volumes die naar […]


EU-handelsoverschot agrovoedingsproducten groeit in eerste helft 2026

11 sep 2026

De cumulatieve EU-export van agro- en voedingsproducten in de eerste helft van 2026 daalde met twee procent. De sterkste afname deed zich voor bij de export naar de Verenigde Staten, na de hoge exportniveaus in 2025.Cacaoproducten, olijfolie en varkensvlees zorgden vooral voor de krimp in de export. Voor varkensvlees waren de kleinere volumes die naar China en Japan gingen bepalend, maar ook de lagere prijzen. De cumulatieve import in 2026 daalde op jaarbasis met 4 procent, vooral als gevolg van lagere prijzen voor cacaoproducten.

Het cumulatieve handelsoverschot in de eerste helft van 2026 nam toe tot 23,9 miljard euro, 1,4 miljard euro meer dan een jaar eerder, mede dankzij de dalende cacaoprijzen.

Juni

In juni 2026 exporteerde de EU voor 20,3 miljard euro aan agro- en voedingsproducten. Dat is vijf procent meer dan in de voorgaande maand en zes procent meer dan in juni 2025.

De EU importeerde in juni voor 15,7 miljard euro aan agrovoedingsproducten, één procent meer dan in de voorgaande maand en twee procent meer dan een jaar eerder.

Ook de import van granen nam af, door kleinere volumes tarwe en lagere prijzen en volumes van rijst. Daarnaast daalde de import van oliehoudende zaden en eiwitgewassen. De grootste stijging van de import deed zich voor bij fruit en noten.Het handelsoverschot van de EU voor agrovoedingsproducten nam in juni met 24 procent toe ten opzichte van de voorgaande maand, tot 4,6 miljard euro. Dat is 20 procent meer dan in juni 2025.

Bron: EC (2026), Monitoring EU agri-food trade. European Commission, DG Agriculture and Rural Development, Brussel.

Figuur: geralt via Pixabay

Beter ruwvoer verlaagt methaanuitstoot vooral bij melkkoeien

Een betere ruwvoerkwaliteit kan de methaanuitstoot per kilogram droge stof bij melkkoeien verlagen. Bij ander rundvee is het effect kleiner en bij schapen ontbreekt dit effect. Dat blijkt uit een internationale meta-analyse onder leiding van onderzoekers van Wageningen Livestock Research.


Beter ruwvoer verlaagt methaanuitstoot vooral bij melkkoeien

9 sep 2026

Een betere ruwvoerkwaliteit kan de methaanuitstoot per kilogram droge stof bij melkkoeien verlagen. Bij ander rundvee is het effect kleiner en bij schapen ontbreekt dit effect. Dat blijkt uit een internationale meta-analyse onder leiding van onderzoekers van Wageningen Livestock Research.

De onderzoekers wilden weten of verbetering van de ruwvoerkwaliteit bij verschillende soorten herkauwers hetzelfde effect heeft op de methaanemissie. Daarvoor combineerden ze gegevens uit 24 eerdere studies met in totaal 109 behandelingsgemiddelden. De dieren werden verdeeld in drie groepen: lacterende melkkoeien, ander rundvee – waaronder vleesvee en droogstaande melkkoeien – en schapen.

Vervolgens keken de onderzoekers naar de relatie tussen de methaanuitstoot en drie kenmerken van het ruwvoer: de verteerbaarheid van organische stof, het NDF-gehalte en het ruw-eiwitgehalte. De methaanproductie werd daarbij onder meer uitgedrukt per kilogram opgenomen droge stof.

Bij melkkoeien hing een betere verteerbaarheid samen met een lagere methaanuitstoot per kilogram droge stof. Ook een lager NDF-gehalte ging samen met minder methaan. Bij het overige rundvee waren de verbanden veel minder sterk. Alleen voor het ruw-eiwitgehalte vonden de onderzoekers een relatie met de methaanuitstoot per kilogram droge stof.

Bij schapen pakte het anders uit. Daar vonden de onderzoekers geen aanwijzingen dat een betere ruwvoerkwaliteit de methaanuitstoot per kilogram droge-stofopname verlaagt. Voor verteerbaarheid en NDF waren zelfs tendensen zichtbaar in de tegenovergestelde richting.

Wanneer de onderzoekers de methaanuitstoot niet per kilogram opgenomen droge stof, maar per kilogram verteerde organische stof uitdrukten, veranderde het beeld. Dan leidde een betere ruwvoerkwaliteit bij alle drie de diergroepen tot minder methaan. Een hogere verteerbaarheid en een hoger eiwitgehalte gingen samen met minder methaan, terwijl een hoger NDF-gehalte juist samenhing met meer uitstoot.

Volgens de onderzoekers worden de verschillen tussen melkkoeien, ander rundvee en schapen waarschijnlijk veroorzaakt door verschillen in voeropname en de mate waarin voer in de pens wordt gefermenteerd. De studie laat daarmee zien dat het effect van ruwvoerkwaliteit op methaanemissies sterk afhangt van zowel de diercategorie als de manier waarop de emissie wordt uitgedrukt.

Aan het onderzoek werkten onder anderen onderzoekers van Wageningen Livestock Research mee. De studie is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Animal.

Zomergewassen leiden het zwaarst onder hitte

Vooral zomergewassen hebben hinder ondervonden van de recente droogte en hitte in Europa.  Ook voor gras en voedergewassen is er vrees voor tekorten. De vooruitzichten voor zomergewassen in West-Europa en het grootste deel van Centraal-Europa zijn de laatste tijd aanzienlijk verslechterd door de almaar aanhoudende hitte en de hoge watertekorten. In zwaar getroffen regio’s wordt […]


Zomergewassen leiden het zwaarst onder hitte

31 aug 2026

Vooral zomergewassen hebben hinder ondervonden van de recente droogte en hitte in Europa.  Ook voor gras en voedergewassen is er vrees voor tekorten.

De vooruitzichten voor zomergewassen in West-Europa en het grootste deel van Centraal-Europa zijn de laatste tijd aanzienlijk verslechterd door de almaar aanhoudende hitte en de hoge watertekorten. In zwaar getroffen regio’s wordt plaatselijk soms helemaal niet geoogst. Het koelere en nattere weer dat nu heerst, komt voor veel teelten te laat.

De opbrengstprognoses van de EU voor alle zomergewassen zijn fors naar beneden bijgesteld. Ze liggen tot 14 procent onder het vijfjarig gemiddelde, ondanks dat de omstandigheden in delen van Noord- en Oost-Europa gunstiger waren. De oogstrapportage bevestigen een oogst van wintergewassen op het niveau van het vijfjarige gemiddelde ligt. Waar de omstandigheden ongunstig waren, is sprake van onder meer een verminderde vruchtbaarheid en biomassaopbouw, een slechte korrelvulling en voortijdige afrijping. De beperkte beschikbaarheid van irrigatiewater en beperkingen op het gebruik ervan, hebben de gewasstress in meerdere regio’s verder verergerd. In de meeste van deze regio’s in de situatie na juli enkel nijpender geworden.

Bron: EU Joint Research Centre

Praktijkproef toont geen grote emissiereductie door mestadditieven

Drie studenten van HAS green academy hebben in praktijkproeven op melkveebedrijven geen grote vermindering van ammoniak- en methaanemissies kunnen aantonen door mestadditieven. Volgens de onderzoekers wordt de uitstoot door zoveel verschillende factoren beïnvloed dat het effect van de middelen in de praktijk moeilijk afzonderlijk is vast te stellen.


Praktijkproef toont geen grote emissiereductie door mestadditieven

28 aug 2026

Drie studenten van HAS green academy hebben in praktijkproeven op melkveebedrijven geen grote vermindering van ammoniak- en methaanemissies kunnen aantonen door mestadditieven. Volgens de onderzoekers wordt de uitstoot door zoveel verschillende factoren beïnvloed dat het effect van de middelen in de praktijk moeilijk afzonderlijk is vast te stellen.

De vierdejaarsstudenten voerden het twintig weken durende onderzoek uit in opdracht van de Taskforce Toekomstbestendige Stallen 3.0. Ze combineerden literatuuronderzoek en gesprekken met deskundigen met metingen op drie melkveebedrijven. Op twee bedrijven werd een chemisch mestadditief toegepast, op het derde bedrijf een fysisch additief.

Voor de praktijkproeven sloten de onderzoekers aan bij het Brabantse project Continu Meten. Binnen dit project worden op 33 veehouderijlocaties gedurende het hele jaar de ammoniak- en methaanemissies gevolgd met sensoren in en rond de stal. Drie melkveebedrijven die aan dit meetprogramma deelnemen, werden gebruikt voor het onderzoek naar mestadditieven.

Praktijkeffect lastig vast te stellen

Voor verschillende mestadditieven worden emissiereducerende effecten geclaimd, maar de onderbouwing daarvan komt volgens de studenten veelal uit laboratoriumonderzoek. Onderzoek naar de werking onder Nederlandse praktijkomstandigheden is nog beperkt beschikbaar. Uit hun eigen metingen konden de studenten geen grote emissiereductie door de onderzochte middelen afleiden.

Een complicerende factor is de invloed van onder meer temperatuur en andere klimaatomstandigheden op de emissies. Daardoor bleek het statistisch moeilijk om een eventueel effect van het additief los te koppelen van andere factoren. De theoretische werking van de middelen kan volgens de onderzoekers plausibel zijn, maar voor een harde vergelijking zouden twee vrijwel identieke stallen nodig zijn. In de ene stal zou dan een mestadditief moeten worden toegepast en in de andere niet.

Stalmaatregelen mogelijk effectiever

Tijdens de praktijkproeven zagen de studenten dat aanpassingen in de stal soms een duidelijker effect hadden op de gemeten emissies. Op een van de bedrijven nam bijvoorbeeld de ammoniakemissie sterk af nadat op een warme dag de vernevelingsinstallatie was ingeschakeld.

Volgens de onderzoekers lijken maatregelen die ingrijpen op het stalsysteem daarom meer perspectief te bieden. Ze noemen onder meer mestscheiding en innovatieve stalconcepten als technieken waarmee mogelijk een grotere emissiereductie kan worden bereikt.

Bron: Brabant.nl

Methaanremmende voeradditieven en de maatschappelijke acceptatie

Een brede toepassing van methaanremmende voeradditieven in de melkveehouderij hangt niet alleen af van de technische werking en economische haalbaarheid. Ook de maatschappelijke acceptatie speelt een rol. Europees onderzoek onder 3.220 consumenten laat zien dat vooral chemisch geproduceerde toevoegingen op meer weerstand kunnen stuiten.


Methaanremmende voeradditieven en de maatschappelijke acceptatie

20 aug 2026

Een brede toepassing van methaanremmende voeradditieven in de melkveehouderij hangt niet alleen af van de technische werking en economische haalbaarheid. Ook de maatschappelijke acceptatie speelt een rol. Europees onderzoek onder 3.220 consumenten laat zien dat vooral chemisch geproduceerde toevoegingen op meer weerstand kunnen stuiten.

Onderzoekers van onder meer het Finse Natural Resources Institute Finland (Luke) en het Franse Institut de l’Élevage onderzochten de houding van consumenten in Finland, Frankrijk, Polen en Ierland. Ze vergeleken drie categorieën voeradditieven die de methaanemissie van melkvee kunnen verminderen: algen- en zeewierextracten, plantaardige oliën en vetten en het chemische 3-nitrooxypropanol (3-NOP). Deze laatste stof is onder meer het actieve bestanddeel van Bovaer.

Voorkeur voor natuurlijke toevoegingen

Uit het onderzoek blijkt dat consumenten natuurlijke toevoegingen in eerste instantie beter accepteren dan chemische alternatieven. Daarmee kan maatschappelijke weerstand tegen middelen als 3-NOP volgens de onderzoekers een belemmering vormen voor de toepassing ervan in de melkveehouderij.

Opvallend is echter wat er gebeurt wanneer consumenten aanvullende informatie krijgen. Bij 3-NOP neemt de acceptatie dan juist toe. Bij algen, zeewier en plantaardige oliën en vetten kan extra informatie daarentegen leiden tot een lagere acceptatie. Alleen communiceren dat een toevoeging van natuurlijke oorsprong is, biedt dus niet automatisch een voordeel.

Verschillen tussen consumentengroepen

De onderzoekers verdeelden de respondenten ook in groepen op basis van hun houding. Vooral consumenten die veel waarde hechten aan dierenwelzijn of bewust consumeren, reageerden negatiever op aanvullende informatie over algen en plantaardige oliën. Bij andere groepen veranderde de acceptatie daarvan weinig. Voor de chemische toevoeging 3-NOP leidde aanvullende informatie bij de meeste groepen juist tot een positievere houding.

De resultaten zijn daarmee relevant voor de verdere inzet van methaanremmers als klimaatmaatregel in de melkveehouderij. Niet alleen de effectiviteit van een middel, maar ook de manier waarop de techniek aan consumenten wordt uitgelegd, kan mede bepalen of grootschalige toepassing maatschappelijk haalbaar is.

Volgens de onderzoekers vraagt dit om verschillende communicatiestrategieën per type voeradditief en consumentengroep. Een algemene informatiecampagne kan zelfs averechts werken wanneer onvoldoende rekening wordt gehouden met bestaande opvattingen over onder meer dierenwelzijn en voedselproductie.

Het onderzoek is gepubliceerd in het Journal of Dairy Science.

Emissie meten bij melkkoeien met weidegang

In een web-bericht legt Connecting Agri & Food uit dat de gebruikelijk toegepaste methodiek voor emissiemeting uit melkveestallen niet goed kan meten bij weidende koeien. De organisatie gaat samen met DLV Advies op zoek naar hoe dit wel correct vastgesteld kan worden.

Om emissies uit koeienstallen te meten wordt gebruik gemaakt van een methodiek die de -massabalans genoemd wordt. De emissie uit de stal kan niet worden gemeten met de CO₂-massabalans als de koeien buiten de stal zijn. De reden daarvan is dat de meetmethodiek dan veronderstelt dat er enorm veel geventileerd wordt in de stal, omdat het CO₂-gehalte in de stal even hoog is als buiten de stal op het moment dat er geen koeien in de stal verblijven. Als dit hoge ventilatiedebiet in de methodiek wordt meegenomen, resulteert dat in een zeer hoge emissie als resultaat.

Aan Connecting Agri & Food, een strategische advies- en onderzoekspartner op het gebied van beleid, smart farming, markt en keten is de opdracht een methodiek te vinden waarmee de stalemissies wel goed bepaald kunnen worden als de koeien niet in de stal verblijven. Het onderzoek is aangevraagd door Connecting Agri & Food en DLV Advies. Melkveebedrijven met weidegang passen uiteenlopende strategieën toe. Dag en nacht beweiden, deeltijdbeweiding, beweiding van een deel van de veestapel en beweiding met robots waarbij er altijd koeien binnen kunnen zijn. De opdracht is voor elke strategie vaststellen wat de emissies bij weidegang zijn. Eerst onderzoeken DLV Advies en Connecting Agri & Food hoe de CO₂-massabalans juist kan worden ingezet bij stallen met weidegang.

Melkveebedrijven met weidegang passen uiteenlopende strategieën toe. Dag en nacht beweiden, deeltijdbeweiding, beweiding van een deel van de veestapel en beweiding met robots waarbij er altijd koeien binnen kunnen zijn. De opdracht is voor elke strategie vaststellen wat de emissies bij weidegang zijn. Eerst onderzoeken DLV Advies en Connecting Agri & Food hoe de CO₂-massabalans juist kan worden ingezet bij stallen met weidegang.


Emissie meten bij melkkoeien met weidegang

18 aug 2026

In een web-bericht legt Connecting Agri & Food uit dat de gebruikelijk toegepaste methodiek voor emissiemeting uit melkveestallen niet goed kan meten bij weidende koeien. De organisatie gaat samen met DLV Advies op zoek naar hoe dit wel correct vastgesteld kan worden.

Om emissies uit koeienstallen te meten wordt gebruik gemaakt van een methodiek die de -massabalans genoemd wordt. De emissie uit de stal kan niet worden gemeten met de CO₂-massabalans als de koeien buiten de stal zijn. De reden daarvan is dat de meetmethodiek dan veronderstelt dat er enorm veel geventileerd wordt in de stal, omdat het CO₂-gehalte in de stal even hoog is als buiten de stal op het moment dat er geen koeien in de stal verblijven. Als dit hoge ventilatiedebiet in de methodiek wordt meegenomen, resulteert dat in een zeer hoge emissie als resultaat.

Aan Connecting Agri & Food, een strategische advies- en onderzoekspartner op het gebied van beleid, smart farming, markt en keten is de opdracht een methodiek te vinden waarmee de stalemissies wel goed bepaald kunnen worden als de koeien niet in de stal verblijven. Het onderzoek is aangevraagd door Connecting Agri & Food en DLV Advies. Melkveebedrijven met weidegang passen uiteenlopende strategieën toe. Dag en nacht beweiden, deeltijdbeweiding, beweiding van een deel van de veestapel en beweiding met robots waarbij er altijd koeien binnen kunnen zijn. De opdracht is voor elke strategie vaststellen wat de emissies bij weidegang zijn. Eerst onderzoeken DLV Advies en Connecting Agri & Food hoe de CO₂-massabalans juist kan worden ingezet bij stallen met weidegang.

Melkveebedrijven met weidegang passen uiteenlopende strategieën toe. Dag en nacht beweiden, deeltijdbeweiding, beweiding van een deel van de veestapel en beweiding met robots waarbij er altijd koeien binnen kunnen zijn. De opdracht is voor elke strategie vaststellen wat de emissies bij weidegang zijn. Eerst onderzoeken DLV Advies en Connecting Agri & Food hoe de CO₂-massabalans juist kan worden ingezet bij stallen met weidegang.