Brussel wil de regels voor genetische veredeling moderniseren. Nieuwe genomische technieken beloven snellere en preciezere aanpassing van gewassen, maar het voorstel om deze technieken los te koppelen van de GMO-wetgeving roept weerstand op bij lidstaten, sectoren en maatschappelijke organisaties.
Het EU-beleid rond genetische modificatie van planten dateert uit 2001, met de richtlijn voor genetisch gemodificeerde organismen (GMO). De wetgeving stamt uit een tijd van klassieke GMO-technieken, en is volgens critici niet goed toegerust op de komst van nieuwe genomische technieken (NGT’s) zoals Crispr, cisgenese en andere precisiebewerkingen. De ontwikkeling van die technieken gaat razendsnel. Ze kunnen genetische veranderingen teweegbrengen zonder vreemd DNA in te brengen, waardoor het debat over risico’s, veiligheid en regelgeving opnieuw is opgelaaid.
De Europese Commissie presenteerde het voorstel voor een nieuwe NGT-verordening als onderdeel van bredere EU-strategieën zoals de Farm to Fork- en Biodiversiteitsstrategie. Deze strategieën zijn gericht op het versterken van de Europese landbouw in het licht van klimaatverandering, ziektedruk en de noodzaak om voedselproductie en milieubescherming te combineren.

Bovendien wijst de Commissie in haar motivatie op de druk vanuit wetenschap en veredeling om innovaties te stimuleren en op de internationale context: landen zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben al nieuwe regimes voor gene-edited planten ingevoerd. Hierdoor dreigt Europa in de internationale concurrentiestrijd achterop te raken als het vasthoudt aan strikte en generieke GMO-regels.
Wat zijn NGT’s?
De term ‘nieuwe genomische technieken’ (NGT’s) omvat een verzameling moderne biotechnologische methoden waarmee planten en andere organismen op een gerichtere wijze dan bij klassieke GMO’s kunnen worden aangepast. Belangrijke voorbeelden zijn technieken waarmee specifieke DNA-mutaties worden geïntroduceerd zonder vreemd genetisch materiaal, zoals Crispr-Cas9, base-editing, prime-editing en cisgenese.
NGT’s staan voor een gen-technische benadering, niet een categorie eindproducten: het gaat om hóé de wijziging wordt aangebracht, en niet direct om het eindresultaat zelf. Daarin verschillen NGT’s van klassieke transgenese-GMO’s, waarin DNA van een niet-verwante soort wordt ingebracht. Bij NGT’s ligt het eindproduct vaak veel dichter bij natuurlijke variatie.

Het huidige voorstel van de Commissie erkent dat sommige NGT-producten – zoals planten die met precisietechnieken zijn bewerkt, maar zonder vreemd DNA – in wezen vergelijkbaar zijn met wat met conventionele veredeling bereikt kan worden. Daarom acht de Commissie het tijd voor een apart wettelijk kader voor deze categorie.
NGT’s voor menselijke consumptie
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (Efsa) onderzocht in 2021 of nieuwe genomische technieken risico’s opleveren voor mens en dier. Volgens Efsa zijn er geen nieuwe gevaren vastgesteld die specifiek samenhangen met NGT’s, vergeleken met planten die via conventionele veredeling zijn ontwikkeld. Met andere woorden: op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis leveren NGT’s geen extra veiligheidsrisico’s op ten opzichte van gangbare veredelingstechnieken.
Tegelijkertijd zijn er op dit moment nog geen gewassen of dieren die uitsluitend met NGT’s zijn ontwikkeld en in de Europese Unie zijn toegelaten als voedsel of diervoeder. Dat komt niet zozeer door veiligheidsbezwaren, maar vooral doordat NGT’s tot nu toe onder de strenge Europese GMO-wetgeving vallen. Die regelgeving maakt het voor producenten moeilijk om NGT-producten daadwerkelijk op de markt te brengen.

In veel landen buiten Europa is de regelgeving rond NGT’s minder strikt. Wereldwijd zijn inmiddels meer dan vijfhonderd NGT-producten in ontwikkeling. Japan was in 2021 het eerste land waar een NGT-voedingsproduct op de markt kwam: een tomaat die met behulp van de gene-editingtechniek Crispr was aangepast om meer gamma-aminoboterzuur (Gaba) te bevatten, een stof die mogelijk helpt bij het verlagen van de bloeddruk. Later datzelfde jaar introduceerde hetzelfde bedrijf ook genetisch aangepaste rode zeebrasem en een kogelvis, die sneller en groeien en groter worden dan normaal.
EU-voorstel: twee categorieën
Centraal in het voorstel is de indeling van NGT-planten in twee categorieën, met elk eigen regels.
NGT-categorie 1
Planten in deze categorie zijn genetisch aangepast op manieren die ook via conventionele veredeling of natuurlijke processen zouden kunnen voorkomen en bevatten geen soortvreemd DNA. Onder de huidige voorstellen worden deze planten gelijkgesteld aan conventioneel veredelde planten en krijgen zij een eenvoudiger proces voor markttoegang, zonder toepassing van de strenge GMO-wetgeving.
Het voorstel stelt bovendien dat deze planten wel in een publieke database worden opgenomen, en dat zaden worden geëtiketteerd – maar dat er geen volledige GMO-toelating en -risicobeoordeling nodig is zoals nu gebruikelijk.
NGT-categorie 2
Planten die niet binnen de criteria voor categorie 1 vallen – bijvoorbeeld omdat de genetische wijzigingen complexer zijn of niet goed vergelijkbaar zijn met natuurlijke variatie – blijven onder het klassieke GMO-regime vallen. Ze moeten een volledige risicoanalyse doorlopen, met voorafgaande toelating, etikettering en monitoring, zoals nu voor klassieke GMO’s geldt.
Het onderscheid tussen deze categorieën vormt de kern van het nieuwe wetgevingsvoorstel en is bedoeld om innovatie en markttoegang te vergemakkelijken voor bepaalde NGT-planten, zonder de strenge veiligheidsnormen volledig te verlaten.

Verdeelde reacties
Het nieuwe NGT-kader zorgt binnen de EU voor politieke spanning. Lidstaten verschillen in hun benadering: sommige zijn voorzichtig en willen strikte waarborgen, andere pleiten voor duidelijke en snelle regelingen zodat de landbouwsector kan profiteren van nieuwe technieken en wereldwijd concurrentiekrachtig blijft.
Daarnaast bestaan maatschappelijke zorgen over risico’s voor milieu, voedselveiligheid en consumentenkeuze. Milieuorganisaties en andere maatschappelijke groepen wijzen op mogelijke juridische ‘sluiproutes’ om GMO-achtige producten makkelijker in de markt te krijgen. Andere partijen, zoals vertegenwoordigers van de biologische landbouw, pleiten voor traceerbaarheid en etikettering om verwarring tussen conventioneel, biologisch en NGT-gewassen te voorkomen.
Aan de andere kant roepen veredelaars en landbouworganisaties juist op tot modernisering van de regels omdat het huidige GMO-regime innovatie remt en de EU achterblijft bij landen met meer flexibele benaderingen. Politiek schuurt het ook institutioneel: het Europees Parlement en de Raad onderhandelen nog over de exacte teksten, en er is discussie over zaken als patentrechten, etikettering en de precieze criteria voor categorie-indeling.
Nederland en België
Nederland en België ondersteunen in grote lijnen de modernisering van EU-wetgeving voor NGT’s, maar leggen nadruk op verschillende aspecten (zie ook kaders):
• Nederland hecht veel belang aan innovatie, concurrentievermogen en Europese samenwerking, maar wil wel aandacht blijven houden voor veiligheids- en nalevingsaspecten in het vernieuwde kader.
• België steunt de deregulering voorwaardelijk en heeft garanties gevraagd rond patenten, etikettering, traceerbaarheid en bescherming van biologische productie.
Bionext waarschuwt
Bionext, de ketenorganisatie voor de biologische sector, verzet zich tegen het voorstel NGT-planten in categorie 1 uit te zonderen van de bestaande GMO-wetgeving.De organisatie pleit voor verplichte traceerbaarheid en etikettering van producten die met nieuwe genomische technieken zijn gemaakt. Zonder bindende eisen kunnen biologische producenten, verwerkers en handelaren volgens Bionext niet betrouwbaar vaststellen of producten met NGT’s zijn geproduceerd. Dat ondermijnt de keuzevrijheid van producenten en consumenten, vergroot aansprakelijkheidsrisico’s rond voedselveiligheid en bemoeilijkt de naleving van de Europese biologische verordening.Bionext benadrukt dat het verbod op het gebruik van NGT’s in de biologische productie alleen handhaafbaar is als er in de hele keten een informatie- en meldplicht geldt. Zonder die verplichting dreigt het verbod volgens de organisatie een papieren werkelijkheid te worden.Tot slot vraagt Bionext om juridische duidelijkheid over onbedoelde en technisch onvermijdbare vermenging met NGT-planten van categorie 1 met biologische planten. Zulke gevallen zouden niet mogen worden aangemerkt als overtreding van de biologische regelgeving, want dat kan leiden tot onterechte sancties en reputatieschade. De beleidsdoelen om 15 procent van het Nederlandse en 25 procent van het Europese landbouwareaal biologisch te bewerken, zijn volgens Bionext onhaalbaar zonder deze restricties en regelingen.







