Onderzoek en Beleid | Premium

Ervaringen met uitspreiden klei op veengrasland

Als het opbrengen van een laagje klei bijdraagt aan het verminderen van veenafbraak, hoe kan de kleigrond dan het beste worden opgebracht en wat zijn de risico’s? Uit keukentafelgesprekken met veehouders die ervaring hebben opgedaan met klei in veen op hun land, valt op te maken dat extra klei geen kwaad kan voor de bodem,…

In V-focus verschenen al eerder dit jaar artikelen over aspecten van klei in veen [1,2,3], maar de haalbaarheid van het opbrengen van kleigrond in het veld werd daarin nog niet besproken. Kleigrond is in dit project gedefinieerd als grond met meer dan 20 procent lutum, afkomstig uit diepere bodemlagen. Om in potentie te kunnen bijdragen aan bescherming van het veen tegen afbraak, wordt verondersteld dat de kleigrond arm moet zijn aan organische stof en nutriënten. Verder moet het voldoen aan de achtergrondwaardes. De toegepaste kleigrond is afkomstig uit verschillende afgravingsprojecten.

In 2020 zijn op één locatie in de Krimpenerwaard de volgende methodes voor het opbrengen van klei in veen uitgetest [4,5,6]:

  • Steekvaste kleibagger opgebracht met breedstrooier met verticale walsen (Schuitemaker calypso 180).
  • Klei in suspensie (‘kleimelk’) vanuit sloot opgebracht met een baggerspuit.
  • Kleimelk direct opgebracht met sleepslangbemester.

De conclusie uit deze pilot was dat er genoeg methoden voorhanden zijn voor kleiverspreiding in het veld, al ging het hier om kleinere doseringen (1 tot 2 mm klei).

Ideale methode

Om de toepasbaarheid van klei in veen breder te kunnen onderzoeken, zijn tussen 2019 en 2022 zestien demovelden op melkveebedrijven aangelegd in verschillende veenweidegebieden. Hier is gekozen om de klei als ‘steekvaste’ kleibagger of in droge vorm op te brengen op de helft van het perceel. Met veehouders en loonwerkers is gesproken over hun ervaringen met het uitvoeren van deze maatregel in de praktijk.

De meeste veehouders gaven aan dat de klei het best droog en fijn kan worden opgebracht met een breedstrooier. Als de klei te nat is, kan met een kettingstrooier gewerkt worden. Er werd gestuurd op 200 ton kleibagger per hectare. Naast de genoemde breedstrooier, is getest met twee types:

  • Joskin-breedstrooier met staande walsen. Werkt het makkelijkst, maar strooit het grofst.
  • Tebbe- en Bergman-breedstrooiers met liggende walsen. Strooit netjes, maar slijt sneller.

Voor het inladen kan de kleibult deels worden omgezet met de kraan of kan de toplaag worden gefreesd om de kleigrond fijner te maken. Hierdoor valt de klei mooi tussen het gras zodat hij geen problemen geeft bij het maaien of in de kuil.

Het transport op het veld moet plaatsvinden met maximaal driekwart gevulde breedstrooiers om spoorvorming, open plekken en verdichting te voorkomen. Het heeft daarom ook de voorkeur de klei op te brengen in de zomermaanden als de draagkracht goed is. Als er geen gras groeit bij het opbrengen, en de draagkracht dus minder is, moet met nog lichtere vrachten worden gereden.

Na het opbrengen kan de klei verder worden fijngemaakt en verdeeld door met de weidesleep over het veld te gaan, of de koeien er te laten grazen. Bij een omgewerkt perceel waar mais stond, is gekozen de klei deels in te werken met een rotorkopeg voorafgaand aan herinzaai van het gras

In het ideale geval kan er 200 ton ‘steekvaste’ kleibagger per middag worden opgebracht. Voorwaarden zijn wel dat de klei direct van het erf op aangrenzende percelen kan worden gebracht, dat er weinig grote stenen en vuil in de klei zitten die voor beschadiging kunnen zorgen, dat de breedstrooier continu wordt herladen door een kraan, en dat het droog weer is zodat de klei niet kleeft.

Terugslag grasgroei

Bij het bespreken van de risico’s op bedrijfsniveau kwam naar voren dat er opbrengstderving is van de snede na het opbrengen van 1 cm klei in één keer, maar dat dit overkomelijk is. De praktijk leert namelijk dat het gras binnen een paar weken weer door de klei heen groeit. Het is wel belangrijk de klei op te brengen als het gras kort is, zodat de klei het gras niet platslaat. Meer klei geeft meer terugslag in de grasgroei en daarmee risico op onkruidontwikkeling. Ook kan een dikke laag klei slecht waterdoorlatend zijn, waardoor plasvorming of afspoeling optreedt met verdere nadelen voor het gras. 

Om terugslag in de grasgroei te verminderen, is er bij sommige demovelden voor gekozen om het opbrengen van de totale hoeveelheid kleigrond te verdelen over meerdere momenten in het seizoen. De klei werd dan telkens opgebracht in de eerste week na het maaien, gevolgd door de bemesting. Deze methode staat of valt het met directe beschikbaarheid van de klei, machines en personeel, en met genoeg droge dagen.

Stenen en onkruid

De aangevoerde kleigrond bevatte soms stenen en harde kluiten. Van de breedstrooier en kettingstrooier zijn hierdoor kettingen gebroken. Verder geeft het ook uitdagingen bij het maaien – de maaier en de hark moeten hoger worden afgesteld.

Ook waren er problemen met onkruid. Dit speelde op de locaties waar de veengrond is bewerkt en opnieuw ingezaaid, waardoor de concurrentiekracht van het gras wellicht lager lag. Het is belangrijk met de leverancier te overleggen over de kwaliteit en samenstelling van de klei om ongewenste verrassingen op het veld te voorkomen.

Opschaling

De veehouders ervaren het opbrengen van klei overwegend als positief. Voor de opschaling is de kwaliteit en samenstelling van de klei van belang. Bestaande machines zoals breedstrooiers zijn geschikt voor het opbrengen, maar dat opbrengen vraagt wel een tijdsinvestering. De lopende veldproeven moeten uitwijzen of het opbrengen van klei helpt tegen bodemdaling en veenafbraak, en dus bijdraagt aan verduurzaming van de bedrijfsvoering.

Op de voorste helft van het perceel is klei gebracht met een Joskin-breedstrooier. Om de kleiverdeling over het veld te verbeteren en grote kluiten fijner te maken, is een paar dagen later nog een bewerking gedaan met de weidesleep. Foto: Peternella Fotografie
Klei in suspensie in de sloot – oftewel ‘kleimelk’ – wordt met de baggerspuit vanuit de sloot over het veengrasland verspreid. Foto: Louis Bolk Instituut
Met verschillende breedstrooiers is klei aangewend. Strooiers met horizon­tale walsen strooien netter, maar slijten harder. Foto: Louis Bolk Instituut
Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

V-focus Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven?