Berichtenoverzicht

‘Gangbaar als niche’

Niet óf je iets doet, maar hóé je het doet. Dat kan het verschil maken. Zo leerde Michel de Haan in zijn lange tijd als projectleider bij het project ‘Koeien en Kansen’. Als je een milieu- of klimaatmaatregel neemt, is lang niet alleen die maatregel op zichzelf voldoende voor verbetering. Ook zeker van belang is hoe je die maatregel uitvoert.


‘Gangbaar als niche’

10 mrt 2026

Niet óf je iets doet, maar hóé je het doet. Dat kan het verschil maken. Zo leerde Michel de Haan in zijn lange tijd als projectleider bij het project ‘Koeien en Kansen’. Als je een milieu- of klimaatmaatregel neemt, is lang niet alleen die maatregel op zichzelf voldoende voor verbetering. Ook zeker van belang is…

Ditzelfde geldt zelfs voor ontbossing in Brazilië. Uit een verkennend onderzoek, blijkt dat niet alleen de hoeveelheid natuur die opgeofferd wordt, bepalend is voor koolstof- en biodiversiteitsverliezen. Ook welk deel van natuurlijke ecosystemen op welke plek je opoffert maakt verschil. Dat niet heel landbouwend Nederland over vijf of vijftig jaar biologisch produceert is wel duidelijk. Dat het doel van 15 procent biologisch landbouwoppervlak niet wordt bereikt in 2030, is ook geen geheim. Dit geldt eveneens op Europees niveau – de EU loopt ver achter op het doel van 25 procent van het areaal biologisch in 2030. Er moet dan nog meer dan 3 miljoen hectare per jaar worden omgeschakeld.

Uit een notitie van het Nutriënten Management Instituut, wordt duidelijk dat kunstmest een positief effect heeft op bodemvruchtbaarheid. Mits precies en goed toegepast. Geen nieuws eigenlijk. Laten we dat niet vergeten in de zoektocht naar circulariteit, koolstofvastlegging en andere klimaatmaatregelen en biodiversiteit.

Een agrarisch ondernemer hoeft niet om te schakelen om maatschappelijke waarde te creëren. Dat kan ook met management- en vergroeningsmaatregelen. Zo’n tien jaar geleden werd er weleens gesproken over ‘integrale landbouw’; een gangbare landbouw met zo weinig gebruik van chemie, kunstmest en antibiotica als mogelijk. Nu stappen melkveehouders in extensiveringsregelingen waarin ze stikstofkunstmest achterwege moeten laten. En er zijn agrariërs met zoveel mogelijk productie op zo weinig mogelijk ruimte. Dan hou je meer ruimte voor de natuur, zegt men. Daar zit een kern van waarheid in. Zeker is dat elke agrariër belang heeft bij een weerbare bodem en weerbaar vee. Dat zijn gezamenlijke doelen, extensief of niet, biologische aanpak of geïntegreerde aanpak. Gangbaar wordt een niche als we minder inputs ook erkennen.

Niet meer op vrijdag?

Doordat PostNL zijn servicevoorwaarden heeft aangepast, valt V-focus niet meer op een vaste datum op de mat. Werd het blad voorheen op vrijdag of zaterdag bezorgd, nu gebeurt dat twee tot soms zelfs zeven dagen later.


Verenigd Koninkrijk: Oatly mag slogan met ‘melk’ niet gebruiken

Het Britse Hooggerechtshof heeft bepaald dat Oatly de slogan post-milk generation niet langer mag gebruiken of registreren voor de verkoop van Oatly-haverdranken. Daarmee komt een einde aan een jarenlange juridische strijd tussen brancheorganisatie Dairy UK en Oatly. Het Zweedse bedrijf wilde de slogan in 2021 als handelsmerk vastleggen in het Verenigd Koninkrijk, maar Dairy UK, […]


Verenigd Koninkrijk: Oatly mag slogan met ‘melk’ niet gebruiken

4 mrt 2026

Het Britse Hooggerechtshof heeft bepaald dat Oatly de slogan post-milk generation niet langer mag gebruiken of registreren voor de verkoop van Oatly-haverdranken. Daarmee komt een einde aan een jarenlange juridische strijd tussen brancheorganisatie Dairy UK en Oatly.

Het Zweedse bedrijf wilde de slogan in 2021 als handelsmerk vastleggen in het Verenigd Koninkrijk, maar Dairy UK, de belangenbehartiger van Britse melkveehouders, maakte hier bezwaar tegen.

Jarenlange juridische strijd

In 2019 diende Oatly een merkaanvraag in bij het Britse Intellectual Property Office (IPO). Het bedrijf stelde dat het gebruik van het woord ‘milk’ niet in strijd was met de geldende regels, zolang het niet beschrijvend werd gebruikt. Het merk werd in 2021 officieel geregistreerd.

In 2023 oordeelde het IPO, na bezwaar van Dairy UK, dat het gebruik van het woord ‘milk’ in deze context ‘misleidend’ was. Oatly ging met succes in beroep tegen deze beslissing, maar die uitspraak werd later vernietigd door het Hof van Beroep. Vervolgens stapte Oatly naar het Hooggerechtshof, de hoogste rechterlijke instantie in het Verenigd Koninkrijk.

Bryan Carroll, managing director van Oatly in het VK en Ierland, noemt het verbod een manier om concurrentie te beperken en niet in het belang van het Britse publiek. Uit campagnes waarin het Oatly de zuivelsector oproept om, naast de CO₂-voetafdruk van Oatly’s haverdrank, ook die van melk te communiceren, blijkt dat de Zweedse drankenfabrikant de confrontatie me de zuivelsector niet mijdt.

Oatly realiseerde vorig jaar een omzet van 862 miljoen dollar, een stijging van 4,7 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. De operationele winst (EBITDA) bedroeg 6,8 miljoen dollar, tegenover een verlies van 35 miljoen dollar een jaar eerder.

Bron: Dairy Global

Klimaatverandering heeft negatieve invloed op voedselkwaliteit

Meer CO2 in de lucht lijkt goed nieuws voor de landbouw: planten groeien er sneller door. Maar dat heeft ook een keerzijde. Nieuw onderzoek laat zien dat voedsel daardoor wel calorierijker wordt, maar tegelijk minder essentiële voedingsstoffen bevat. Onderzoekers van de Universiteit Leiden brachten decennia aan experimenteel onderzoek samen. Ze vergeleken duizenden metingen van gewassen die onder verschillende CO2-concentraties waren geteeld, en zagen wat er verandert in plantsamenstelling.


Klimaatverandering heeft negatieve invloed op voedselkwaliteit

27 feb 2026

Meer CO2 in de lucht lijkt goed nieuws voor de landbouw: planten groeien er sneller door. Maar dat heeft ook een keerzijde. Nieuw onderzoek laat zien dat voedsel daardoor wel calorierijker wordt, maar tegelijk minder essentiële voedingsstoffen bevat. Onderzoekers van de Universiteit Leiden brachten decennia aan experimenteel onderzoek samen. Ze vergeleken duizenden metingen van gewassen…

Terwijl klimaatverandering door stijgende CO₂-niveaus in verband wordt gebracht met uiteenlopende effecten, van zeespiegelstijging tot veranderende temperaturen, zou een toename van CO₂ ook ergens goed voor kunnen zijn? Planten gebruiken kooldioxide en zonlicht voor fotosynthese, dus meer CO₂ zou theoretisch meer voedsel kunnen betekenen.

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar de wetenschap ondersteunt dit gedeeltelijk. Planten groeien inderdaad sneller als de CO₂-concentratie toeneemt, maar dat betekent niet dat we meer voedsel en minder honger krijgen. Ander onderzoek laat zien dat de gebieden waar we ons voedsel kunnen verbouwen niet alleen verschuiven, maar ook kleiner worden.

Veranderende weerpatronen en extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven, droogte of extreme neerslag, komen vaker voor en beperken onze voedselproductie.

Veel data, weinig antwoorden

Een stijgende CO₂-concentratie kan dus gunstig zijn voor de groeisnelheid van planten en ongunstig voor de plekken waar ze groeien. Maar wat betekent dit voor de plant zelf? Het grootste deel van ons dieet bestaat uit gewassen of uit dieren die (voornamelijk) planten eten. Als planten reageren op stijgende CO₂, kan dat betekenen dat ook hun voedingswaarde verandert.

De eerste studies gaven geen eenduidig antwoord. De testmethode lijkt eenvoudig: twee planten onder identieke omstandigheden laten groeien, behalve dat de ene meer CO₂ krijgt, en ze vervolgens vergelijken. Wetenschappers zagen verschillen, maar konden niet vaststellen of die significant waren of slechts toeval.

Het samenvoegen van veel studies zou helpen, maar ook dat is lastiger dan het klinkt. Door onze steeds toenemende CO₂-uitstoot verschoven ook de uitgangsniveaus van de studies, waardoor onderzoeken uit verschillende jaren niet rechtstreeks met elkaar te vergelijken zijn – we hadden veel data, maar weinig antwoorden.

Duidelijke verschuiving

Onze nieuwe analyse laat een interessant beeld zien: elke hap voedsel bevat relatief meer calorieën, maar minder voedingsstoffen. We verzamelden 59.048 metingen uit 109 studies en vergeleken resultaten bij een basisniveau van 350 ppm CO2 in de atmosfeer met een verhoogd niveau van 550 ppm.

We onderzochten 32 voedingsstoffen in 43 verschillende gewassen. Voor het eerst konden we een duidelijke verschuiving zien in de samenstelling van planten over een breed scala aan soorten en essentiële nutriënten.

Naarmate het CO₂-gehalte toeneemt, neemt ook de koolstofopname toe. Meer koolstof betekent meer koolhydraten, zoals suikers en zetmeel. Kritische voedingsstoffen zoals ijzer, zink en eiwit namen echter af. Ons voedsel kan dus meer koolhydraten bevatten maar minder essentiële voedingsstoffen. Hoewel de gemiddelde afname slechts enkele procenten bedroeg, zagen we bij sommige gewassen grote dalingen, zoals een vermindering van 38 procent van het zinkgehalte in kikkererwten (figuur 1).

Dieet als recept

Wat ook opviel, waren zware metalen zoals lood. Die zouden in ons voedsel kunnen toenemen – een ernstige zorg, omdat lood al in zeer lage concentraties giftig is en schadelijk is voor hersenen, hart en zenuwstelsel – maar op basis van onze studie kunnen we dat niet met zekerheid zeggen.

Biologen bestuderen planten vooral om te begrijpen wat er gebeurt met de voedingsstoffen die planten zelf nodig hebben, terwijl onderzoekers die zich richten op de menselijke gezondheid kijken naar de voedingsstoffen die mensen nodig hebben. Maar noch planten, noch mensen hebben zware metalen zoals lood nodig, waardoor maar weinig studies deze elementen volgen. Voor zover dit wel werd meegenomen, registreerden de studies een zorgwekkende toename.

We zullen mogelijk opnieuw moeten nadenken over wat een gezond dieet is in de komende decennia. Voedselzekerheid betekent niet automatisch voedingsstoffenzekerheid. Een gezond dieet van vandaag kan in de toekomst te weinig voedingsstoffen bevatten door de veranderende samenstelling van onze gewassen, ook al levert het nog steeds voldoende calorieën.

Zie ons dieet als een recept. Het veranderen van de hoeveelheid van één ingrediënt kan het eindresultaat volledig veranderen. Niet alleen de voedingswaarde van ons voedsel verandert, maar ook onze mogelijkheden om ermee te koken. De veranderende plant­samen­stelling kan bijvoorbeeld invloed hebben op brood bakken of pasta maken.

Als ons voedsel calorierijker wordt maar relatief minder voedingsstoffen bevat, kunnen we zowel een toename van het gemiddelde lichaamsgewicht als ondervoeding zien. Wetenschappers onderzoeken nu wat dit betekent voor onze voeding, maar intussen is een gevarieerd dieet een goede manier om deze mogelijke effecten te dempen.

Laatste ‘veilige’ niveau

Klimaatverandering voelt als een ver-van-ons-bedprobleem, maar ze is er al. Een aanzienlijk deel van de stijgende voedselprijzen wordt al in verband gebracht met klimaatverandering. Sommige voedingsmiddelen worden moeilijker verkrijgbaar. Alleen al weersrampen veroorzaakten vorig jaar 20,3 miljard dollar aan schade voor Amerikaanse boeren.

Onze studie keek naar het effect van een stijging van CO₂ van 350 ppm – soms aangeduid als het laatste ‘veilige’ niveau voor de mens – naar 550 ppm. We zitten momenteel rond de 426 ppm en zijn daarmee bijna halverwege de gemodelleerde effecten. Klimaatverandering gebeurt nu, en de gevolgen liggen al op ons bord.

Onderzocht is hoe planten reageren op hogere CO2-concentraties. Er is gekeken naar 43 gewassen waaronder aardappelen. Foto: JRP Studio/Shutterstock

Over de auteur: Sterre ter Haar

Sterre ter Haar is promovendus en docent bij de afdeling Industriële Ecologie van het Instituut voor Milieuwetenschappen (CML) van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek naar het kwantificeren van de effecten van klimaatverandering op voedsel- en nutriëntenzekerheid in de context van wereldhandel en de gevolgen voor de gezondheid van verschillende consumentengroepen wordt ondersteund door de Frontiers Planet Prize. Dit artikel werd gepubliceerd op theconversation.com.

Keurmerkenland volop in beweging

Supermarktketen Jumbo gaat van het keurmerk Beter Leven volledig over op PlanetProof en de organisaties achter de keurmerken On the way to PlanetProof en Beter Leven slaan de handen ineen. Wat houdt die samenwerking in en is dit een stap naar meer samenwerking van de keurmerkorganisaties in de veehouderij? Duidelijk is in ieder geval dat er van alles in beweging is in keurmerkenland.


Keurmerkenland volop in beweging

18 feb 2026

Supermarktketen Jumbo gaat van het keurmerk Beter Leven volledig over op PlanetProof en de organisaties achter de keurmerken On the way to PlanetProof en Beter Leven slaan de handen ineen. Wat houdt die samenwerking in en is dit een stap naar meer samenwerking van de keurmerkorganisaties in de veehouderij? Duidelijk is in ieder geval dat…

Stichting Milieukeur (SMK) is beheerder van het keurmerk On the way to PlanetProof, kortweg PlanetProof, en de Dierenbescherming beheert het Beter Leven keurmerk. Beide organisaties gaan met hun keurmerken samenwerken op het gebied van dierenwelzijn in de melkveehouderij. Ze starten een pilot met de zuivel­ondernemingen FrieslandCampina en Farmel. FrieslandCampina levert dertig veehouders en Farmel tien. Beide ondernemingen hebben de afgelopen maanden melkveehouders die gecertificeerd zijn voor PlanetProof uitgenodigd voor de pilot. 

Checklist

De veertig melkveehouders gaan ‘op weg naar’ de dierenwelzijnscriteria van het keurmerk 1-ster Beter Leven. Ze werken met een zogeheten ‘on top checklist’ op het gebied van dierenwelzijn. Daarin is een deel van de criteria van 1-ster Beter Leven opgenomen, zoals minimaal één ligplek per dier, koeborstels voor elke groep van 60 dieren, een koematras of diepe strooisellaag en jaarlijks 120 dagen 6 uur per dag weidegang.

Per bedrijf wordt gekeken in hoeverre het al voldoet aan de eisen op de checklist en welke aanpassingen nog nodig zijn om eraan te voldoen. De pilot start in januari 2026 en loopt ‘ten minste’ drie jaar. Intussen zoeken de partijen de samenwerking met supermarktketens. Een belangrijk doel van de pilot is om te onderzoeken wat de melkveehouders praktisch en financieel nodig hebben om de gevraagde dierenwelzijnsstappen richting 1-ster Beter Leven te realiseren. Volgens de organisaties is ook een passende, transparante beloningsstructuur essentieel voor de ontwikkeling van deze route.

Waarom samenwerken?

Woordvoerders van de Dierenbescherming en SMK geven twee redenen voor de samenwerking. Ten eerste willen ze tegemoet­komen aan de groeiende vraag vanuit de retail en de samenleving naar zuivelproducten die voldoen aan hogere eisen op het gebied van dierenwelzijn.

De tweede en waarschijnlijk nog belangrijkere reden voor de samenwerking is de politieke aandacht voor een dierwaardiger veehouderij. In juni 2025 zetten minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en vertegenwoordigers van de veehouderijsectoren, marktpartijen, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties, zoals de Dierenbescherming, hun handtekening onder een convenant om het welzijn van landbouwdieren stapsgewijs te verbeteren richting 2040.

Het convenant legt de basis voor bovenwettelijke eisen en indirecte samenwerking, rendabiliteit, voldoende afzet en een soepelere vergunningverlening als randvoorwaarden voor veehouders om de stappen te kunnen zetten. De bovenwettelijke eisen gaan bijvoorbeeld over meer ruimte in stallen, weidegang voor melkvee en het niet couperen van varkensstaarten.

In aanloop naar het convenant groeide bij de belangenorganisaties in de veehouderij de overtuiging dat je de meeste invloed kunt uitoefenen door het eens te worden met de Dierenbescherming en samen een plan te bieden aan de politiek. Dat lukte. Het resultaat is de ‘Routekaart naar een dierwaardiger en toekomstbestendige melkveehouderij’. Zowel de handtekening van ZuivelNL als die van de Dierenbescherming staan eronder.

Beter voor Natuur & Boer, Beter Leven en On the way to PlanetProof zijn de duurzaamheidslabels met het grootste aandeel in de zuivel in de supermarkten.

Volgens SMK en de dierenbescherming sluit de pilot aan op die routekaart. Hij biedt melkveehouders de kans om de criteria in de praktijk te toetsen en om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om dierenwelzijn tot waarde te brengen. De pilot van beide partijen biedt melkveehouders een route om versneld verbeteringen door te voeren op het gebied van dierenwelzijn.

Geen samenvoeging

In de pilot werken SMK en de Dierenbescherming samen, maar het is geen stap naar samenvoeging van beide keurmerken, benadrukken de woordvoerders van beide organisaties. Het doel is meer melkveehouders aan te zetten om concreet te gaan werken aan een hoger dierenwelzijnsniveau. “Beide keurmerken willen elkaar versterken vanuit hun eigen aandachtsgebied”, zegt Niels Kalkman van de Dierenbescherming. “Binnen deze pilot wordt het dierenwelzijn binnen de melkveehouderij naar een hoger niveau getild, waar zowel de Dierenbescherming als SMK achter staan. Waar mogelijk worden overlappende criteria wel geharmoniseerd.” Wat dat laatste concreet inhoudt, is op dit moment nog niet duidelijk.

“De twee keurmerken blijven naast elkaar bestaan, maar door afstemming en samenwerking, ook met zuivelondernemingen en supermarktketens, boeken we door de hele keten heen sneller vooruitgang in de verduurzaming van het zuivelschap”, aldus directeur Gijs Dröge van SMK in een pers­bericht in augustus vorig jaar.

Open voor meer uitwisseling

Kalkman van de Dierenbescherming benadrukt dat de pilot met Planet Proof niet betekent dat er een streep gaat door samenwerking met andere keurmerken, zoals Beter voor Natuur & Boer of Caring Dairy: “De Dierenbescherming verwoordde in haar meerjarenvisie voor het Beter Leven keurmerk de ambitie om te gaan samenwerken en expertise uit te wisselen met keurmerkpartners. We staan altijd open voor concrete voorstellen voor samenwerking met andere keurmerkpartijen. Dat geldt in de volle breedte, niet alleen voor Planet Proof.”

Albert Heijn bracht het keurmerk in 2023 onder in een stichting en stelde het open voor andere partijen. Sindsdien hanteert ook zuivelverwerker Arla dit keurmerk. Foto: Marcel van Kammen

De keurmerken Beter Leven en Planet Proof bestaan nu zo’n zeven jaar. Planet Proof ligt sinds eind 2018 in het zuivelschap van grootwinkelbedrijven. Veehouders die aan dat keurmerk willen voldoen, moeten maatregelen nemen op diverse onderdelen van hun bedrijf, zoals biodiversiteit, gebruik van energie en water en dierenwelzijn.

In het voorjaar van 2019 lanceerde de Dierenbescherming het keurmerk Beter Leven Zuivel 1-ster in Jumbo-winkels. De Dierenbescherming en die winkelketen ontwikkelden het keurmerk, samen met stichting Natuur & Milieu en Vogelbescherming Nederland. Ook gecertificeerde melkveehouders die leverden aan Farmel leveren de melk voor dit keurmerk. De eisen voor een Beter Leven Zuivel 1-ster liggen vooral op het gebied van dierenwelzijn. Zo geldt voor de looppaden een minimale breedte, iedere koe moet een vreetplek hebben en bedrijven moeten over een aparte afkalbox en een aparte ziekenbox beschikken.

Naar één keurmerk

Nog een andere reden voor de beweging in het keurmerkenland in de veehouderij is de behoefte aan eenduidigheid van een keurmerk dat alle duurzaamheid omvat.

Jumbo hanteerde voor zuivel eerst alleen het keurmerk Beter Leven. Het was een aantal jaren de belangrijkste retailer met zuivel met dat keurmerk. Maar terwijl ondernemers in de varkens- en pluimveehouderij massaal het keurmerk omarmden, bleef het aantal melkveehouders met Beter Leven Zuivel beperkt tot iets meer dan dertig. Bij varkensvlees is Beter Leven inmiddels de norm met een marktaandeel van 90 procent in de Nederlandse supermarkten. Bij kippenvlees is dat percentage zelfs nog hoger met 93 procent.

De Dierenbescherming denkt dat Beter Leven in de zuivel veel minder goed aanslaat vanwege de sterke focus op dierenwelzijn en omdat melkveehouders soms forse investeringen moeten doen om aan de voorwaarden van het keurmerk te voldoen, zoals in ligboxen en looppaden met grotere afmetingen.

Afgelopen oktober maakte Jumbo bekend dat het bedrijf voor zijn eigen merk zuivel en Nederlandse kaasproducten stopt met het keurmerk Beter Leven en de komende jaren stapsgewijs overgaat naar PlanetProof. In 2029 moet die overgang volledig afgerond zijn. De ingreep komt voort uit het streven naar één duurzaamheidskenmerk dat alle duurzaamheidsthema’s belicht: natuur, klimaat én dierenwelzijn. Dat creëert eenduidigheid voor leveranciers, melkveehouders in de zuivel- en kaasketen én voor de klant, zo motiveert de retailer zijn keus. Die stap van Jumbo was een aderlating voor Beter Leven Zuivel. Ook leden-melkveehouders van DOC Kaas – de Nederlandse dochteronderneming van het Duitse DMK dat dit jaar opgaat in Arla Foods – zien hun duurzaamheidsprogramma ‘Tuurlijk!’ daarmee opgaan in PlanetProof. Daarmee worden de criteria voor deze melkveehouders en de zuivelonderneming ook aangepast.

Jumbo roept andere retailers op zich aan te sluiten bij de verdere verduurzaming van het zuivel- en kaasschap met On the way to PlanetProof. Foto: Landpixel

Jumbo zelf juicht het overigens ‘van harte’ toe dat in PlanetProof door de pilot met de Dierenbescherming het aspect dierenwelzijn verder wordt ontwikkeld. Jumbo roept ook andere retailers op zich aan te sluiten bij de verdere verduurzaming van het zuivel- en kaasschap met PlanetProof en bij de genoemde pilot op dierenwelzijn, om zo als sector maximale impact te kunnen maken.

Beter voor…

Een ander groot keurmerk is Beter voor Natuur & Boer. Albert Heijn, Nederlands grootste retailer, introduceerde het in 2017. PlanetProof en Beter Leven bestonden toen nog niet. A-Ware en Deltamilk leveren melk aan Albert Heijn voor dit duurzaamheidsprogramma. Inmiddels leveren zo’n 1.300 boeren producten onder dit keurmerk, zowel in de veehouderij als in de plantaardige sectoren. Albert Heijn bracht het keurmerk in 2023 onder in een stichting en stelde het open voor andere partijen. Sindsdien hanteert ook zuivelverwerker Arla dit keurmerk.

Ook Beter voor Natuur & Boer staat open voor samenwerking met andere keurmerkpartijen, vertelt directeur Sophie Alders. Met de Dierenbescherming wordt samengewerkt in het keurmerk ‘Beter Leven voor vleeskippen en eieren’ en ook over zuivel staan er gesprekken op de rol, zegt Alders. Maar dat is zeker geen gelopen race, vertelt ze: “Ik weet niet of we eruit gaan komen.”

Alders begrijpt dat Beter Leven Zuivel samenwerking zoekt met andere keurmerken omdat het aantal deelnemende melkveehouders beperkt bleef, zeker nadat Jumbo de overstap maakte naar PlanetProof.

De bewegingen in het keurmerkenland leiden soms tot speculaties. In 2024 gingen bijvoorbeeld het gerucht rond dat Beter voor Natuur en Boer het keurmerk PlanetProof wilde overnemen. Alders wijst dat gerucht naar het rijk der fabelen: “Daar is nooit sprake van geweest”, benadrukt ze.

Desondanks is de markt van keurmerken, mede onder invloed van politieke en maatschappelijke druk, duidelijk in beweging. Tel daarbij op de afname van het aantal veehouderijbedrijven en het is duidelijk dat het binnen het keurmerkenland voorlopig nog wel onrustig blijft.

DLV Advies neemt Hogenkamp Agrarische Coaching over

DLV Advies neemt Hogenkamp Agrarische Coaching over. Hogenkamp Agrarische Coaching zal als zelfstandige dochteronderneming begeleiding blijven bieden aan agrariërs op het gebied van mentale gezondheid. Hogenkamp Agrarische Coaching begeleidt agrarisch ondernemers en hun gezinnen bij persoonlijke, mentale en familiaire vraagstukken. Het team van Hogenkamp bestaat uit tien zorgprofessionals die zich richten op familie- en overnamevraagstukken, […]


DLV Advies neemt Hogenkamp Agrarische Coaching over

11 feb 2026

DLV Advies neemt Hogenkamp Agrarische Coaching over. Hogenkamp Agrarische Coaching zal als zelfstandige dochteronderneming begeleiding blijven bieden aan agrariërs op het gebied van mentale gezondheid.

Hogenkamp Agrarische Coaching begeleidt agrarisch ondernemers en hun gezinnen bij persoonlijke, mentale en familiaire vraagstukken. Het team van Hogenkamp bestaat uit tien zorgprofessionals die zich richten op familie- en overnamevraagstukken, bedrijfsoverdracht en -beëindiging, rouw en verlies, relatie- en loopbaanvragen en het omgaan met langdurige druk, stress of burn-outklachten.

Paulien Hogenkamp is de oprichter en begon twaalf jaar geleden als éénpitter. Nu is er een team van tien coaches, therapeuten en psychologen. Hogenkamp blijft na de overname door DLV Advies zelfstandig actief, met haar eigen naam en werkwijze. Paulien Hogenkamp blijft betrokken als coach en spreker. De begeleiding blijft ongewijzigd en wordt ook na de overname verzorgd door het bestaande team van Hogenkamp vanuit de huidige locaties.

Op de foto: links Marieke Louwes-de Weerd, commercieel directeur DLV Advies, rechts Paulien Hogenkamp

EU: middenweg nieuwe genomische technieken

Brussel wil de regels voor genetische veredeling moderniseren. Nieuwe genomische technieken beloven snellere en preciezere aanpassing van gewassen, maar het voorstel om deze technieken los te koppelen van de GMO-wetgeving roept weerstand op bij lidstaten, sectoren en maatschappelijke organisaties.


EU: middenweg nieuwe genomische technieken

10 feb 2026

Brussel wil de regels voor genetische veredeling moderniseren. Nieuwe genomische technieken beloven snellere en preciezere aanpassing van gewassen, maar het voorstel om deze technieken los te koppelen van de GMO-wetgeving roept weerstand op bij lidstaten, sectoren en maatschappelijke organisaties.

Het EU-beleid rond genetische modificatie van planten dateert uit 2001, met de richtlijn voor genetisch gemodificeerde organismen (GMO). De wetgeving stamt uit een tijd van klassieke GMO-technieken, en is volgens critici niet goed toegerust op de komst van nieuwe genomische technieken (NGT’s) zoals Crispr, cisgenese en andere precisiebewerkingen. De ontwikkeling van die technieken gaat razendsnel. Ze kunnen genetische veranderingen teweegbrengen zonder vreemd DNA in te brengen, waardoor het debat over risico’s, veiligheid en regelgeving opnieuw is opgelaaid.

De Europese Commissie presenteerde het voorstel voor een nieuwe NGT-verordening als onderdeel van bredere EU-strategieën zoals de Farm to Fork- en Biodiversiteits­strategie. Deze strategieën zijn gericht op het versterken van de Europese landbouw in het licht van klimaatverandering, ziektedruk en de noodzaak om voedselproductie en milieubescherming te combineren.

Bovendien wijst de Commissie in haar motivatie op de druk vanuit wetenschap en veredeling om innovaties te stimuleren en op de internationale context: landen zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben al nieuwe regimes voor gene-edited planten ingevoerd. Hierdoor dreigt Europa in de internationale concurrentiestrijd achterop te raken als het vasthoudt aan strikte en generieke GMO-regels.

Wat zijn NGT’s?

De term ‘nieuwe genomische technieken’ (NGT’s) omvat een verzameling moderne biotechnologische methoden waarmee planten en andere organismen op een gerichtere wijze dan bij klassieke GMO’s kunnen worden aangepast. Belangrijke voorbeelden zijn technieken waarmee specifieke DNA-mutaties worden geïntroduceerd zonder vreemd genetisch materiaal, zoals Crispr-Cas9, base-editing, prime-editing en cisgenese.

NGT’s staan voor een gen-technische benadering, niet een categorie eindproducten: het gaat om hóé de wijziging wordt aangebracht, en niet direct om het eindresultaat zelf. Daarin verschillen NGT’s van klassieke transgenese-GMO’s, waarin DNA van een niet-verwante soort wordt ingebracht. Bij NGT’s ligt het eindproduct vaak veel dichter bij natuurlijke variatie.

Het huidige voorstel van de Commissie erkent dat sommige NGT-producten – zoals planten die met precisietechnieken zijn bewerkt, maar zonder vreemd DNA – in wezen vergelijkbaar zijn met wat met conventionele veredeling bereikt kan worden. Daarom acht de Commissie het tijd voor een apart wettelijk kader voor deze categorie.

NGT’s voor menselijke consumptie

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (Efsa) onderzocht in 2021 of nieuwe genomische technieken risico’s opleveren voor mens en dier. Volgens Efsa zijn er geen nieuwe gevaren vastgesteld die specifiek samenhangen met NGT’s, vergeleken met planten die via conventionele veredeling zijn ontwikkeld. Met andere woorden: op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis leveren NGT’s geen extra veiligheids­risico’s op ten opzichte van gangbare veredelingstechnieken.

Tegelijkertijd zijn er op dit moment nog geen gewassen of dieren die uitsluitend met NGT’s zijn ontwikkeld en in de Europese Unie zijn toegelaten als voedsel of diervoeder. Dat komt niet zozeer door veiligheids­bezwaren, maar vooral doordat NGT’s tot nu toe onder de strenge Europese GMO-wetgeving vallen. Die regelgeving maakt het voor producenten moeilijk om NGT-producten daadwerkelijk op de markt te brengen.

In veel landen buiten Europa is de regelgeving rond NGT’s minder strikt. Wereldwijd zijn inmiddels meer dan vijfhonderd NGT-producten in ontwikkeling. Japan was in 2021 het eerste land waar een NGT-voedingsproduct op de markt kwam: een tomaat die met behulp van de gene-editingtechniek Crispr was aangepast om meer gamma-aminoboterzuur (Gaba) te bevatten, een stof die mogelijk helpt bij het verlagen van de bloeddruk. Later datzelfde jaar introduceerde hetzelfde bedrijf ook genetisch aangepaste rode zeebrasem en een kogelvis, die sneller en groeien en groter worden dan normaal.

EU-voorstel: twee categorieën

Centraal in het voorstel is de indeling van NGT-planten in twee categorieën, met elk eigen regels.

NGT-categorie 1

Planten in deze categorie zijn genetisch aangepast op manieren die ook via conventionele veredeling of natuurlijke processen zouden kunnen voorkomen en bevatten geen soortvreemd DNA. Onder de huidige voorstellen worden deze planten gelijkgesteld aan conventioneel veredelde planten en krijgen zij een eenvoudiger proces voor markttoegang, zonder toepassing van de strenge GMO-wetgeving.

Het voorstel stelt bovendien dat deze planten wel in een publieke database worden opgenomen, en dat zaden worden geëtiketteerd – maar dat er geen volledige GMO-toelating en -risicobeoordeling nodig is zoals nu gebruikelijk.

NGT-categorie 2

Planten die niet binnen de criteria voor categorie 1 vallen – bijvoorbeeld omdat de genetische wijzigingen complexer zijn of niet goed vergelijkbaar zijn met natuurlijke variatie – blijven onder het klassieke GMO-regime vallen. Ze moeten een volledige risicoanalyse doorlopen, met voorafgaande toelating, etikettering en monitoring, zoals nu voor klassieke GMO’s geldt.

Het onderscheid tussen deze categorieën vormt de kern van het nieuwe wetgevingsvoorstel en is bedoeld om innovatie en markttoegang te vergemakkelijken voor bepaalde NGT-planten, zonder de strenge veiligheidsnormen volledig te verlaten.

Verdeelde reacties

Het nieuwe NGT-kader zorgt binnen de EU voor politieke spanning. Lidstaten verschillen in hun benadering: sommige zijn voorzichtig en willen strikte waarborgen, andere pleiten voor duidelijke en snelle regelingen zodat de landbouwsector kan profiteren van nieuwe technieken en wereldwijd concurrentiekrachtig blijft.

Daarnaast bestaan maatschappelijke zorgen over risico’s voor milieu, voedselveiligheid en consumentenkeuze. Milieuorganisaties en andere maatschappelijke groepen wijzen op mogelijke juridische ‘sluiproutes’ om GMO-achtige producten makkelijker in de markt te krijgen. Andere partijen, zoals vertegenwoordigers van de biologische landbouw, pleiten voor traceerbaarheid en etikettering om verwarring tussen conventioneel, biologisch en NGT-gewassen te voorkomen.

Aan de andere kant roepen veredelaars en landbouworganisaties juist op tot modernisering van de regels omdat het huidige GMO-regime innovatie remt en de EU achterblijft bij landen met meer flexibele benaderingen. Politiek schuurt het ook institutioneel: het Europees Parlement en de Raad onderhandelen nog over de exacte teksten, en er is discussie over zaken als patentrechten, etikettering en de precieze criteria voor categorie-indeling.

Nederland en België

Nederland en België ondersteunen in grote lijnen de modernisering van EU-wetgeving voor NGT’s, maar leggen nadruk op verschillende aspecten (zie ook kaders):

Nederland hecht veel belang aan innovatie, concurrentievermogen en Europese samenwerking, maar wil wel aandacht blijven houden voor veiligheids- en nalevings­aspecten in het vernieuwde kader.

België steunt de deregulering voorwaardelijk en heeft garanties gevraagd rond patenten, etikettering, traceerbaarheid en bescherming van biologische productie.

Bionext waarschuwt

Bionext, de ketenorganisatie voor de biologische sector, verzet zich tegen het voorstel NGT-planten in categorie 1 uit te zonderen van de bestaande GMO-wetgeving.De organisatie pleit voor verplichte traceerbaarheid en etikettering van producten die met nieuwe genomische technieken zijn gemaakt. Zonder bindende eisen kunnen biologische producenten, verwerkers en handelaren volgens Bionext niet betrouwbaar vaststellen of producten met NGT’s zijn geproduceerd. Dat ondermijnt de keuzevrijheid van producenten en consumenten, vergroot aansprakelijkheidsrisico’s rond voedselveiligheid en bemoeilijkt de naleving van de Europese biologische verordening.Bionext benadrukt dat het verbod op het gebruik van NGT’s in de biologische productie alleen handhaafbaar is als er in de hele keten een informatie- en meldplicht geldt. Zonder die verplichting dreigt het verbod volgens de organisatie een papieren werkelijkheid te worden.Tot slot vraagt Bionext om juridische duidelijkheid over onbedoelde en technisch onvermijdbare vermenging met NGT-planten van categorie 1 met biologische planten. Zulke gevallen zouden niet mogen worden aangemerkt als overtreding van de biologische regelgeving, want dat kan leiden tot onterechte sancties en reputatieschade. De beleidsdoelen om 15 procent van het Nederlandse en 25 procent van het Europese landbouwareaal biologisch te bewerken, zijn volgens Bionext onhaalbaar zonder deze restricties en regelingen.

Productief kruidenrijk grasland: meer productie, minder kunstmest, meer weerbaarheid

Productief kruidenrijk grasland kan met de helft aan stikstof, evenveel of zelfs meer droge stof en stikstof leveren als intensief bemest blijvend grasland. Daarnaast blijkt het minder gevoelig voor opbrengstschommelingen tussen drogere en nattere jaren. Extensief kruidenrijk grasland levert de hoogste diversiteit aan plantensoorten, maar het minste – en minst voedzame – ruwvoer.


Productief kruidenrijk grasland: meer productie, minder kunstmest, meer weerbaarheid

3 feb 2026

Productief kruidenrijk grasland kan met de helft aan stikstof, evenveel of zelfs meer droge stof en stikstof leveren als intensief bemest blijvend grasland. Daarnaast blijkt het minder gevoelig voor opbrengstschommelingen tussen drogere en nattere jaren. Extensief kruidenrijk grasland levert de hoogste diversiteit aan plantensoorten, maar het minste – en minst voedzame – ruwvoer.

Door Pedro Janssen en Nick van Eekeren. Foto: Louis Bolk Instituut

In het project ‘PPS duurzame zuivel­keten, living lab kruidenrijk grasland’, zijn ‘intensief beheerd blijvend grasland’, ‘productief kruidenrijk grasland’ en ‘extensief kruidenrijk grasland’ vergeleken op bodemkwaliteit, biodiversiteit, productie en voederwaarde.

Het tweejarige onderzoek is uitgevoerd in 2021 (een groeizaam jaar) en 2022 (een uitgesproken droog jaar) op 12 locaties (36 percelen) op zandgrond in de Achterhoek. In dit artikel wordt ingegaan op de productie en voederwaarde van de verschillende soorten grasland in de proef (zie ook Zetterlind e.a., 2025).

Volwaardige opbrengst

Op de blijvende graslanden en de productief kruidenrijke percelen zijn proefvakken aangelegd met bemesting van 0, 150 en 300 kg N per hectare per jaar. Productief kruidenrijk grasland leverde bij een N-gift van 150 kg per hectare een hogere jaaropbrengst dan blijvend grasland bij 300 kg N per hectare (figuur 1). Zonder stikstofbemesting gaf productief kruidenrijk grasland duidelijk meer droge stof dan blijvend grasland.

Extensief kruidenrijk grasland bleef zowel in opbrengst als stikstofopbrengst achter bij de andere graslandtypen. In het droge jaar 2022 gingen op alle percelen de opbrengsten omlaag, maar de terugval was minder groot in het productief kruidenrijke grasland dan in de op ander wijze beheerde percelen. De opbrengstverschillen tussen het normale en het droge jaar waren daar kleiner dan in blijvend grasland.

Kwaliteit: eiwit en verteerbaarheid

Ook de kwaliteit van het ruwvoer was hoog in productief kruidenrijk grasland, zeker bij lage stikstofgiften. De eiwitgehaltes waren bij 0 kg N per hectare beduidend hoger dan in blijvend grasland, dankzij het hogere klaveraandeel en de daarmee samenhangende stikstofbinding uit de lucht. Bij hogere giften liepen de verschillen in eiwitgehalte tussen blijvend en kruidenrijk grasland duidelijk terug.

De verteerbaarheid van blijvend grasland was vergelijkbaar met die van productief kruidenrijk grasland, ook over de verschillende bemestingen. Extensief kruidenrijk grasland had een lagere verteerbaarheid en minder eiwit en kan daarmee enkel een klein aandeel zijn van het rantsoen van hoogproductieve koeien.

Klaver als motor voor stikstofaanvoer

De botanische opnamen maken duidelijk waarom kruidenrijk grasland het beter doet bij lage stikstofgiften (tabel 1). Het aandeel klaver en kruiden lag daar hoger dan in blijvend grasland. Naarmate de stikstofgift toenam, nam het aandeel klaver en kruiden af en steeg het aandeel gras.

Bij een bemesting van 0 kg N per hectare was de natuurlijke stikstofbinding van productief kruidenrijk grasland via de klavers ongeveer 150 kg N per hectare (figuur 2). Tegelijkertijd was het stikstof leverend vermogen van bodem voor beide graslandtypes vergelijkbaar.

Biodivers extensief kruidenrijk grasland

Extensief kruidenrijk grasland nam een bijzondere positie in. Het grasland was rijker aan soorten dan in de landbouwpercelen. Productief kruidenrijk grasland had meer soorten dan blijvend grasland, maar haalde op dat punt niet de niveaus van extensief kruidenrijk grasland (tabel 2).

Deze hoge diversiteit in extensief kruidenrijk grasland ging echter gepaard met de laagste drogestofopbrengst en de laagste voederwaarde van de drie systemen. Voor de praktijk betekent dit dat extensief kruidenrijk grasland vooral waardevol is voor de biodiversiteit, het landschap en bijvoorbeeld weidevogels – dit grasland is minder geschikt voor de ruwvoerlevering.

Conclusie

Productief kruidenrijk grasland blijkt in de praktijk een krachtige manier om kunstmestgebruik te verlagen met gelijkblijvende ruwvoerproductie. Het graslandtype combineert een vergelijkbare opbrengst en ­voederwaarde met minder schommelingen tussen natte en droge jaren en een duidelijk hogere biodiversiteit dan klassiek blijvend grasland.

Extensief kruidenrijk grasland blijft een belangrijke pijler voor biodiversiteit in het land­schap, al levert het minder voedzaam voer. De kunst is om deze systemen zo te combineren dat zowel het bedrijf als de omgeving er beter van wordt.

Meer lezen? Zie: Zetterlind, B., P. Janssen, R. Geerts, T. Visser, A. Stip, M.J. Zwetsloot, E. Hoffland en N. Van Eekeren, N. (2025). ‘Multispecies grasslands sustain on-farm forage productivity and quality while reducing nitrogen fertilizer inputs’. Ook online te vinden.