Minder fijnstof in landbouwregio’s, meer in stedelijk gebied

In stedelijke gebieden wordt de meeste fijnstof in de lucht gemeten. Hier bevat de buitenlucht jaarrond gemiddeld zo’n 12,5% meer fijnstof dan in landbouwgebieden. Dat blijkt uit metingen van de fijnstofconcentraties binnen het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM.

Fijnstof kan schadelijke zijn voor de gezondheid, het kan longproblemen veroorzaken. Fijnstof komt in de lucht door toedoen van de mens (verkeer, industrie, landbouw) maar ook door de natuur zelf (opwaaiend bodemstof en aerosolen van zeezout). Op basis van de deeltjesgrootte wordt onderscheid gemaakt tussen PM10 (deeltjesgrootte < 10 µg) en PM2,5 (deeltjesgrootte <2,5 µg) . Omdat PM2,5 dieper in de longen doordringt, is PM2,5 schadelijker voor de mens dan PM10.

Binnen het LML worden de concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) gemeten op meerdere meetstations, verspreid over het land. De redactie van V-focus zet de uitkomsten van alle meetstations waarvan een (redelijk) volledige meetreeks beschikbaar is, op een rij. In figuur 1 en 2 staan respectievelijk de concentraties PM2,5 en PM10 die op de verschillende stations zijn gemeten.

Figuur 1. Gemeten concentraties PM2,5 op 11 meetstations. Uit de figuur blijkt dat in stedelijk gebied hogere concentraties worden gemeten dan in landelijk gebied.PM25-fijnstof

Figuur 2. Gemeten concentraties PM10 op 25 meetstations. Uit de figuur blijkt dat in stedelijk gebied hogere concentraties worden gemeten dan in landelijk gebied.

PM10-fijnstof

Belangrijkste bronnen van fijnstof

Verkeer&vervoer is de grootste bron van fijnstof (9,3 miljoen kg per jaar) gevolgd door de industrie (8,7 miljoen kg per jaar). De land- en tuinbouw produceert 6,1 miljoen kg fijnstof per jaar. Huishoudens zijn goed voor 3,3 miljoen kg.

 

Delen via:
Meer over: Algemeen

Reacties zijn gesloten.