Ratjetoe aan waterschapsnormen vertroebelt effect mestbeleid

De individuele waterschappen bepalen of in hun werkgebied te veel stikstof en fosfaat in het water terechtkomt. Zij stellen niet alleen de normen, maar bepalen ook hoe er gemeten wordt. Dat leidt tot een grote diversiteit. Sommige schappen hanteren strenge normen, andere soepele, sommige schappen zijn realistisch, andere idealistisch.

Waterbuitengebied

Desondanks zijn het de bevindingen van de waterschappen die naar Brussel worden gestuurd, en die voor een belangrijk deel bepalen of het mestbeleid effectief is en de landbouw voldoet aan de Nitraatrichtlijn. De derogatie hangt ervan af.

Brussel: waterkwaliteit in Nederland knap slecht

Volgens de voorzitter van het Nitraatcomité, Claudia Olazabal, is de kwaliteit van de Nederlandse oppervlaktewateren slecht. Op meer dan 90 procent van de meetpunten wordt niet aan de normen voldaan. Vanuit deze context oordeelt de Europese Commissie over de Nederlandse verzoeken voor derogatie van de Nitraatrichtlijn. Olazabal zei dit eind september in een vraaggesprek met een Nederlandse landbouwdelegatie, waarbij V-focus aanwezig was.

Stadswaterschappen soms idealistisch

In de Randstad en omgeving halen boeren nagenoeg nergens de normen die waterschappen stellen aan oppervlaktewateren in hun agrarische gebieden. Zo wordt bijvoorbeeld de fosfaatnorm op alle 22 meetpunten in de Randstedelijke buitengebieden overschreden. Deels komt dit doordat ‘stadswaterschappen’ vaker strengere eisen stellen aan boeren-oppervlaktewateren, dan de Nederlandse normen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Die bevoegdheid hebben zij.

Een tweede reden is dat normoverschrijdingen eerder worden toegeschreven aan de landbouw, ondanks dat bewijzen dat de landbouw werkelijk de veroorzaker is, ontbreken. Normoverschrijding kan ook een natuurlijke oorzaak hebben. In kleigebieden gaat het dan vooral om fosfaatrijk kwelwater vanuit diepere bodemlagen. En in veengebieden kan mineralisatie van veen zorgen voor een hoge nutriëntentoevoer naar het water. Een aantal waterschappen houden geen rekening met deze natuurlijke bronnen, waardoor de normen die zij stellen binnen hun landbouwregio’s schier onhaalbaar zijn.

Plattelandswaterschappen hanteren vaker iets soepelere normen voor sloten en vaarten in de boerenregio’s, dan de landelijke normen. Ook wordt een normoverschrijding niet zonder meer toegerekend aan de landbouw, maar wordt eerder gekeken wat de werkelijke oorzaak is van de normoverschrijding.

Wisselende meetmethoden vertroebelen effect mestbeleid

Niet alleen de onderbouwing van de waterschapsnormen roept vragen op, de meetmethoden doen dat nog meer. Uit een analyse van de meetuitkomsten blijkt dat de verschillende meetmethoden die worden gehanteerd, leiden tot verschillende uitkomsten. Een overstap van meetmethode leidde er onder meer toe dat de dalende trend van de fosforvervuiling van het oppervlaktewater, in één keer teniet werd gedaan. Opeens zat er veel meer fosfor in het water.  Voor stikstof was het omgekeerde het geval, daar leidde de overstap op een andere meetmethode tot een plotselinge extra afname van de stikstofbelasting van het water.

In de aankomende V-focus publiceren wij de uitkomsten van het journalistieke onderzoek naar de wijze waarop waterschappen uiteindelijk het agrarische mestbeleid richting geven. Het artikel ‘Ratjetoe aan normen en meetmethoden vertroebelen effect mestbeleid’, is vanaf eind deze week te lezen.

Delen via:
Meer over: Onderzoek en beleid

3 Reacties op Ratjetoe aan waterschapsnormen vertroebelt effect mestbeleid